
De nalatenschap van rector Joannes Stangerius
AlgemeenDELFT - Toen op 6 juli 1638 de boedel van de overleden rector Joannes Stangerius werd geïnventariseerd, ontstond veel meer dan een eenvoudige boedelbeschrijving.
Door: Jeroen Stolk
De notariële akte legt een volledig economisch netwerk bloot waarin onderwijs, internationale handel, kredietverlening, de VOC en WIC, de textielhandel, de apotheek en zelfs de beruchte tulpenhandel samenkomen. Juist doordat de inventaris slechts een jaar na de instorting van de tulpenmanie werd opgesteld, vormt zij op dit punt een bijzondere toevoeging van onze kennis. Blijkbaar ging in Delft de handel in ‘tulipanen’ dus nog even door, zij het tegen lagere bedragen. Joannes Stangerius was rector aan de Latijnse School te Delft. Dat een rector tot de stedelijke elite behoorde, was niet uitzonderlijk. Maar opmerkelijk zijn wel zijn zakelijke activiteiten naast zijn functie als rector. De boedelinventaris beschrijft niet alleen zijn particuliere bezittingen, maar ook een omvangrijke winkelvoorraad; een apotheek; een administratie van kostkinderen; obligaties en leningen; aandelen in zowel de VOC als de WIC en handelsvorderingen verspreid over Holland. Zijn weduwe Catharina Daniels beheerde hiervan een belangrijk deel. Vrijwel alle obligaties liepen tegen een rente van 6¼ procent per jaar. Daarmee fungeerde de familie Stangerius feitelijk als particuliere bankier. Joannes had ook flink geïnvesteerd in zowel de VOC als de WIC. Een participatie in de VOC-Kamer Delft van 400 gulden, werd gewaardeerd op 1000 gulden. Ook was er een participatie in de WIC ten bedrage van 500 gulden. Zoon Andreas nam de complete apotheek over voor 250 gulden. Stangerius’ boedelinventaris bevat tientallen posten wegens kostgeld. Hetgeen duidt op de exploitatie van een pension of kosthuis voor leerlingen en studenten. Een groot gedeelte van de administratie betreft handelsvorderingen wegens geleverde winkelwaren. De schuldenaren woonden verspreid over Delft, Den Haag en Amsterdam en kochten linnen; kamerijks doek; garens; kant; katoen; camelotten en overige manufacturen. Hun schulden bedroegen vele duizenden guldens. Toch blijft voornoemde handel in tulpen het meest opmerkelijk. Er staat dat D. Schrevelius nog 28 gulden schuldig is “over een partije tulpaen”. Meer over de economische bubbel die tulpenmanie werd genoemd, kunt u teruglezen in ons online archief van 14 juni. Al met al kunnen we de boedelbeschrijving van Joannes Stangerius beschouwen als zeer informatief, ze geeft ons een intiem inkijkje in het Delft van 1638.







