Een koperslager die zeer goed lag bij de Delftse brouwers was Anthonis Arentsz. van der Linde.
Een koperslager die zeer goed lag bij de Delftse brouwers was Anthonis Arentsz. van der Linde.

Koperslager aan de Binnenwatersloot

Algemeen

Dat de Delftse economie in de zestiende en begin zeventiende voor een groot deel dreef op de vele bierbrouwerijen, mag inmiddels bekend heten. 

Door: Jeroen Stolk

Eerder stelden we al; ‘zonder water geen bier’. Maar er was meer nodig om de biernijverheid draaiende te houden. Er werd gebrouwen in koperen ketels. Ketels die vervaardigd, onderhouden en zo nodig gerepareerd moesten worden. Een goede koperslager was dan ook een eerste vereiste om de boel op gang te houden. Nou is de ene koperslager de andere nog niet. Bij de keuze moest niet alleen rekening worden gehouden met de kwaliteit van het geleverde werk, maar ook met de prijs en de levertijd. Een koperslager die zeer goed lag bij de Delftse brouwers was Anthonis Arentsz. van der Linde, die op de hoek van de Binnenwatersloot met de Oude Delft zijn nering had in de “Swarte Raven”. Thonis was gehuwd met Maritgen Henrixdr. Na haar overlijden werd op 20 mei 1622 een uitvoerige inventaris van haar nalatenschap opgemaakt. De boedelinventaris laat zien dat Anthonis zaken deed met een groot aantal Delftse brouwers. Onder zijn debiteuren bevonden zich onder meer: Cornelis Mairtensz Hogenhouck (De Drije Houfijzers); Dirck Evertsz van Bleijswijck (De Drije Cronen); Adriaen Paeu (De Bijlen); Jan Adriaensz Vockestaert; Neeltgen Jans (De Drije Sterren); Annitgen Maertensdr. (De Eenhoorn); Jan Cornelisz (De Clock); Cornelia Mairtens Stormsdr. (De Eenhoorn) en brouwster Maritgen Jacobs. Vrijwel al deze posten hebben betrekking op geleverd koperwerk of verrichte werkzaamheden. Uit de inventaris bleek voorts dat Anthonis veel meer was dan een eenvoudige ambachtsman. Tot de nalatenschap behoorden onder meer: “ De Swarte Raven”; landerijen; tuinen; obligaties en rentebrieven; uitstaande geldleningen; handelsvorderingen; openstaande graanrekeningen en vorderingen wegens geleverd koperwerk. Anthonis Arentsz van der Linde bezat een grote hoeveelheid koper, wat duidt op een behoorlijk vermogen. Die voorraad bestond uit 200 pond aan oude potten; 700 pond nieuw koper en maar liefst 1500 pond aan oud koper. Dit bewijst dat Thonis niet zomaar een eenvoudige ketellapper was. Van der Linde maakte bovendien handig gebruik van zijn contacten binnen de brouwerswereld, want in genoemde inventaris bevonden zich meerdere vorderingen voor geleverde bieren. Bierbrouwers verbruikten grote hoeveelheden graan; dus probeerde Anthonis ook hiervan een graantje mee te pikken. Hij kocht graan op krediet in De Lier; Maasland; Maasdijk; Naaldwijk; Schipluiden; Vlaardingen en Zoetermeer. Waarschijnlijk verkocht hij dat door aan de Delftse brouwers. Zeker tien brouwerijen deden zaken met van der Linde. Zelfs de Portugese prins die in Delft leefde (in ballingschap) had een schuld openstaan bij van der Linde: “Den Emanuel Prince de Portugal is schuldich...” 

Drie jaar na het overlijden van zijn vrouw, overleed ook Thonis. Hij werd op achttien januari 1625 begraven in de Nieuwe Kerk. Dit was één van de jaren waarin de ‘zwarte dood’ (de pest) huishield in Delft.