Vorige week werden de allereerste taxitests uitgevoerd op Rotterdam The Hague Airport. (Foto: TU Delft)
Vorige week werden de allereerste taxitests uitgevoerd op Rotterdam The Hague Airport. (Foto: TU Delft)

Van lab naar luchthaven met studententeam AeroDelft

Algemeen

DELFT - Vorige week voerden het Delftse studententeam AeroDelft en hun partners op Rotterdam The Hague Airport de allereerste taxitests uit met een waterstofvliegtuig! De grondtests op het vliegveld leverden essentiële ervaring op voor het realiseren van de waterstofinfrastructuur op luchthavens. AeroDelft heeft als doel om het vliegtuig over enkele jaren daadwerkelijk te laten vliegen op vloeibare waterstof.  

AeroDelft ontwerpt en bouwt een eenpersoonsvliegtuig op vloeibare waterstof. Vorige week hebben ze hun hun waterstofvliegtuig met succes getest op Rotterdam The Hague Airport: “We hebben verschillende grondtests gedaan met gasvormig waterstof, zo hebben we waterstof kunnen tanken op de luchthaven, hebben we tests kunnen doen met het aandrijfsysteem van ons vliegtuig en hebben we voor het eerst op een operationele luchthaven kunnen taxiën met het toestel”, aldus teammanager Isha Moharir.

Luchtvaart van de toekomst
Deze grondtests zijn een onderdeel van een breder project met partners Rotterdam The Hague Airport, Air Products, TU Delft, gecoördineerd door de stichting Rotterdam The Hague Innovation Airport, gericht op het opzetten en testen van een waterstofwaardeketen op de luchthaven. “Deze succesvolle taxitests laten zien dat we stap voor stap dichter bij de luchtvaart van de toekomst komen”, vertelt Daan van Dijk, Innovator bij Rotterdam The Hague Airport. “Ze markeren een belangrijke volgende stap richting een duurzamere sector. Rotterdam The Hague Airport is een proeftuin voor innovatie, waar we partijen samenbrengen en ruimte bieden om nieuwe oplossingen in de praktijk te testen. Juist op een operationele luchthaven leren we wat er echt nodig is om waterstofvliegen veilig en schaalbaar te maken.”

Stapsgewijze aanpak
De tests zijn een essentiële en logische stap om vliegen op waterstof te ontwikkelen: “We hebben een stapsgewijze aanpak”, aldus Moharir. “We hebben al meerdere tests gedaan, eerst vooral gericht op de verschillende deelsystemen. Vorig jaar hebben we met succes onze hele aandrijflijn kunnen testen op vloeibare waterstof in een laboratoriumopstelling. Nu hebben we het aandrijfsysteem kunnen testen in een echt vliegtuig op een echte luchthaven. Dat hebben we gedaan met gasvormig waterstof, omdat die technologie op dit moment beter ontwikkeld is.” Testen op een operationele luchthaven levert ook nog eens waardevolle kennis op over veiligheid. Samen met diverse partners, waaronder onderzoekstestpiloten Hans Mulder en Alexander in ’t Veld en hun team van het TU Delft Flight Test Laboratory, gestationeerd op RTHA onder de naam Fieldlab Next Aviation, heeft het team risicoanalyses gemaakt en een operationeel taxitestplan geschreven. Hierdoor kan het team de tests veilig uitvoeren op de luchthaven: “We doen geen enkele concessie op veiligheid.”  

Twee uur in de lucht
Om het waterstofvliegtuig over enkele jaren echt te laten vliegen gaat het team aan de slag met een veilige, geschikte opslagtank en toevoersysteem voor vloeibare waterstof in het vliegtuig. De verwachting is dat het huidige vliegtuig 40 minuten in de lucht kan blijven op een volle tank gasvormig waterstof. Omdat de energiedichtheid van vloeibare waterstof veel hoger is, is de verwachting dat het vliegtuig over enkele jaren wel twee uur in de lucht kan blijven op vloeibare waterstof: “Zo gaan we stap voor stap op weg naar een duurzame luchtvaart, waarbij we altijd de vraag stellen: hoe gaat dit op een echt operationeel commercieel vliegveld werken? Daarom is deze test op een operationele luchthaven zo belangrijk voor ons.”

Deze grondtests zijn onderdeel van het project DTB-DutcH2 Aviation Hub, dat deels wordt gesubsidieerd door de gemeente Rotterdam.