
Delftse vondsten uit het verleden
AlgemeenDELFT - Delfts rijke verleden; opgetekend, geschilderd en bejubeld. De nog tastbare bewijzen ervan worden in musea over de hele wereld gekoesterd of door de rijksten der rijken verzameld. Uiteraard is niet alles bewaard gebleven. Veel is in de loop der eeuwen verloren gegaan. De stadsbrand, reformatie, Delftse donderslag, oorlogen, bezetting en roofzucht deden veel van Delfts erfgoed verdwijnen. Maar zo af en toe duikt er ook weer iets moois op.
Door Jeroen Stolk
Laten we een kleine stap terug in de tijd nemen, om te beginnen bij het jaar 1906. Begin november kopten de kranten over een fresco van (toen al) zeshonderd jaar oud. Ontdekt aan “één der twaalf zware pilasters die rond het praalgraf van prins Willem I staan”. Aangenomen werd dat alle twaalf de zuilen voorzien zouden zijn van fresco’s. Reden voor die aanname was de verklaring van een stukadoor die vertelde vroeger in opdracht de pilaren te hebben gewit. En dat hij daarbij wapens overgeschilderd heeft.
Ook in 1948 kwam een Delfts pareltje tevoorschijn. Nee, niet die aan het oor van het bekende Delftse meisje. Het was in Baarn dat tijdens een verhuizing twee plankjes werden gevonden, afkomstig van één paneel. Het vermoedelijk 17e-eeuwse werk toonde een gezicht op Delft met van linksachter naar rechtsvoor de Schie. Op de achtergrond duidelijk herkenbaar de Delftse torens en recht op de voorgrond Koningsveld. Op de voorgrond links in bruintinten een boom, met in de schaduw een herder en schapen. Hoewel Koningsveld in 1572 werd afgebroken vermoedt men toch dat de schildering van na die tijd is. Waarschijnlijk vereeuwigd door een Vlaamse schilder die enige tijd in de Prinsenstad verbleven heeft.
Twee jaar na deze ontdekking was het weer raak: meerdere kranten verhaalden over de vondst van een muurschildering in het pand Lange Geer 26. De schildering, die deed denken aan een gobelin, kwam tevoorschijn toen de eigenaar een stuk behang wegtrok tijdens onderzoek naar de staat van de woning. Nader onderzoek wees uit dat drie wanden in de voorkamer beschilderd waren. Deskundigen adviseerden het behang niet verder te verwijderen. De schildering op grof jute getuigde van groot vakmanschap. Het pand behoorde in de 17e eeuw aan West Indische Compagnie.
Ook in 1964 kwam een tekening achter behang vandaan, ditmaal in het stadhuis. De Delftse Post toonde de eenvoudige tekening van een mannetje met wambuis, grote kraag, pofbroek en een hoed met pluimen. Het mannetje uit de 17e eeuw werd Gerrit gedoopt.
Geïntereseerd in meer historische verhalen van Jeroen Stolk? Zijn artikelen zijn terug te vinden op onze website www.delftopzondag.nl.

