
‘Wij zijn voor een groenere stad, maar ook voor verantwoorde uitgaven’
AlgemeenDELFT - De plannen om Delft te vergroenen worden met enthousiasme ontvangen door velen, maar Hart voor Delft uit zorgen over de uitvoerbaarheid, kosten en prioriteiten van deze initiatieven. Raadslid Marcel Koelewijn benadrukt te staan achter een groenere stad, maar tegelijkertijd hamert hij op het belang van verantwoorde uitgaven en een doordachte aanpak. Hij spreekt zijn twijfels uit over enkele projecten die momenteel op tafel liggen, waarbij vooral de plannen voor de Gasthuisplaats onder vuur komen te liggen.
Een van de speerpunten van het huidige college is het vergroenen van de Gasthuisplaats, een locatie in het hart van Delft die nu nog voornamelijk bestaat uit een versteend terrein. “Het plan om deze plek te transformeren in een groene oase lijkt op het eerste gezicht een nobel streven, zeker gezien de hitte-eilandeffecten en de noodzaak voor klimaatadaptatie in stedelijke gebieden”, begint Koelewijn. “De investering van 1,5 miljoen euro die hiermee gemoeid is, roept echter vragen op.” Koelewijn stelt dat de kosten-batenverhouding van dit project niet goed onderbouwd is en dat de duurzaamheid van de voorgestelde oplossingen twijfelachtig is.
De eerste afgeronde fase van het project, de aanleg van een tijdelijk park, zou volgens Koelewijn eerder lijken op ‘een oase van onkruid en dode takken’ dan op een levendig groen park. De historische context van de locatie, met ondergronds een oude begraafplaats, zou bovendien de mogelijkheden voor een permanente groene ruimte beperken. “Wat we nu zien, is misschien wat men biodiversiteit noemt, maar het lijkt meer op een dure, tijdelijke oplossing”, aldus Koelewijn.
Leefbaarheid
Naast de twijfel over de haalbaarheid van het project, maakt Koelewijn zich zorgen over de leefbaarheid en veiligheid rondom de Gasthuisplaats. Volgens hem is de plek uitgegroeid tot een favoriete hangplek voor drugsgebruikers, met alle overlast van dien. “Overal liggen sporen van sigarettenpeuken, afval en zakjes drugsafval. Dit komt de leefbaarheid niet ten goede.”
Hart voor Delft stelt daarom voor om de beschikbare middelen anders te besteden. “In plaats van 1,5 miljoen euro te investeren in een project met onzekere uitkomsten, zouden deze middelen beter gebruikt kunnen worden voor andere groene initiatieven in de stad.” Een voorbeeld dat Koelewijn noemt is de verbetering van de waterkwaliteit in de Delftse Hout, het recreatiegebied waar de aanwezigheid van blauwalg regelmatig voor problemen zorgt. “De blauwalg, die eruitziet als een ‘groene zweem’ op het wateroppervlak, maakt recreëren vaak onmogelijk. Door deze situatie aan te pakken, verhogen we niet alleen de recreatiemogelijkheden, maar verbeteren we ook de levenskwaliteit in Delft.”
Bomen in de binnenstad
Een ander aspect van de vergroening waar Hart voor Delft zich hard voor maakt, is de aanplant van grote bomen in de binnenstad. Koelewijn stelt dat deze bomen essentieel zijn voor het terugdringen van hittestress in de stad. “Grote bomen bieden schaduw, verlagen de temperatuur en verbeteren de luchtkwaliteit. Het huidige beleid van het college richt zich echter vooral op het planten van kleine iepen, die weinig bijdragen aan schaduwvorming en dus onvoldoende effect hebben op het verminderen van hittestress.”
Koelewijn pleit voor een herziening van dit beleid en wijst op studies die aantonen dat grote bomen aanzienlijk effectiever zijn in het bestrijden van stedelijke hitte-eilanden dan kleine bomen of struiken. “Het is noodzakelijk dat we investeren in volwassen, schaduwrijke bomen in de binnenstad. Dit zal niet alleen bijdragen aan een aangenamer stadsklimaat, maar ook aan de gezondheid en het welzijn van onze inwoners.”
Prioritering
Koelewijn wijst daarnaast op andere, in zijn ogen onnodige, uitgaven die het huidige college plant. Als voorbeelden noemt hij tramlijn 19 en de geplande brug over de Schie, “De kosten hiervan bedragen respectievelijk tientallen miljoenen en ruim 27 miljoen euro. Hier wordt geld over de spreekwoordelijke balk gesmeten”, stelt Koelewijn. Hij benadrukt dat de gemeenteraad keuzes moet maken die langdurige voordelen opleveren voor de stad, in plaats van te investeren in projecten die vooral een ‘ideologische partij-agenda’ dienen.
Duurzame stad
Concluderend stelt Koelewijn dat hoewel de vergroening van de Gasthuisplaats op papier een sympathiek idee is, er kritisch gekeken moet worden naar de daadwerkelijke uitgaven en langetermijneffecten. “Laten we kiezen voor projecten die blijvende waarde bieden, zoals de verbetering van de waterkwaliteit in de Delftse Hout en de aanplant van grote bomen in de binnenstad. Dit zorgt voor een groenere, leefbaardere en duurzamere stad, waar alle inwoners wat aan hebben”, aldus het raadslid.







