
Delft ziet ze vliegen (deel 1)
AlgemeenDe avond was nog jong, dat voorjaar in 1980. Het was een frisse dag geweest, die zevende april, waarop het kwik rond de vijf graden bleef steken. De forenzen zorgden voor een drukte zoals die op elke maandag het geval was.
Door Jeroen Stolk
Voor de meeste mensen zat de eerste werkdag er weer op. Vermoeid reisde men huiswaarts. Wat een gewone maandag leek te zijn kreeg een bijzondere wending want in het luchtruim boven de prinsenstad bevond zich een object dat op geen enkele manier deed denken aan de ons bekende luchtschepen. Het object was discus-vormig en bewoog zich geruisloos vanuit het noordwesten richting Delft. Tientallen mensen, zo niet dan honderden, hebben de schotel met eigen ogen waargenomen. Met knipperende verlichting onder het uitstoten van een ‘beep’ zocht de ufo zijn weg door het Delftse luchtruim. Het dagblad ‘de Delftsche Courant’ werd gewaarschuwd waardoor er meteen een foto van het ongeïdentificeerde vliegende object in de eerstvolgende uitgave verscheen. Onder de getuigen bevonden zich de meest betrouwbare personen. Het leek te mooi om waar te zijn; was er dan echt intelligent leven dat onze planeet bezocht? Als je het niet met eigen ogen gezien had zou je denken aan een studentengrap. Al snel kwam de aap uit de mouw, het was ook een grap. Het luchtschip bleek niet afkomstig te zijn van een verre planeet maar uit het brein van een 32-jarige man. De man, Theo Jansen genaamd, had met enkele medestanders het project uitgevoerd. Hij had zijn zaakjes zeer goed voorbereid. Zo zorgde hij er bijvoorbeeld voor dat er mensen opvallend naar de lucht stonden te kijken, in de hoop dat anderen dit voorbeeld zouden volgen om zodoende een zo groot mogelijke schare getuigen te creëren. Ook werd door hen het contact met de Delftsche Courant gelegd en werd hen de foto van de ‘vliegende schotel’ toegespeeld. Volgende week volgt deel 2 van dit artikel.