
Verkenner adviseert coalitie van GroenLinks-PvdA (PRO), D66 en STIP
DELFT - De contouren voor een nieuw stadsbestuur in Delft beginnen zich af te tekenen. Verkenner Co Engberts adviseert dat GroenLinks-PvdA (PRO), D66 en STIP samen verder gaan in de formatie. Met een gezamenlijke meerderheid van 22 zetels ligt er volgens hem een stabiele basis voor een nieuw college. Tegelijkertijd benadrukt hij dat die samenwerking alleen succesvol kan zijn als ook andere partijen nadrukkelijk worden betrokken.
Engberts werd na de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart aangewezen om de mogelijkheden voor een nieuwe coalitie te onderzoeken. In korte tijd sprak hij met alle dertien fracties die in de Delftse gemeenteraad zijn gekozen. Zijn conclusie: er is brede bereidheid tot samenwerking, maar ook een duidelijke voorkeur voor een coalitie van drie partijen. “Met 22 zetels kunnen zij een stabiele coalitie vormen”, aldus Engberts in zijn advies. De combinatie van GroenLinks-PvdA (PRO), D66 en STIP werd in de gesprekken het vaakst genoemd, en ook de partijen zelf spreken de wens uit om samen verder te gaan. Andere varianten, bijvoorbeeld met aanvullende partijen, kregen onvoldoende steun.
Verbindingen leggen
Toch is het advies niet zonder waarschuwing. Volgens Engberts schuilt er een risico in het opnieuw vormen van een college met grotendeels dezelfde partijen als voorheen. Dat kan het beeld versterken dat “zij het altijd regelen”, wat kan leiden tot frustratie bij andere partijen en hun kiezers. Juist daarom pleit hij voor een bestuursstijl waarin ruimte is voor inbreng van de hele raad. De verkenner benadrukt dat Delft een diverse stad is, en dat die diversiteit terugkomt in de gemeenteraad. “Dat noopt tot bredere verbindingen”, stelt hij. Een akkoord op hoofdlijnen, met ruimte voor invloeden vanuit de raad, moet ervoor zorgen dat ook oppositiepartijen zich gehoord voelen.
Uitdagingen
Uit de gesprekken blijkt dat de politieke cultuur in Delft volgens Engberts positief en constructief is. Hij zag “mensen die zich met hart en ziel inzetten voor deze stad” en een brede bereidheid om samen te werken aan oplossingen. Dat vormt volgens hem een goede basis voor de komende bestuursperiode, waarin de uitdagingen groot zijn. De wooncrisis staat daarbij bovenaan. Vrijwel alle partijen noemen dit als belangrijkste opgave, al verschillen de accenten. Waar de een inzet op meer bouwen, legt de ander de nadruk op doorstroming of betaalbaarheid. Ook de energietransitie, economische ontwikkeling en sociale vraagstukken zoals armoede en zorg komen terug. Opvallend is dat veiligheid minder vaak als prioriteit wordt genoemd, ook door partijen uit de vorige coalitie.
Participatie
Naast inhoudelijke thema’s speelt ook de manier waarop inwoners worden betrokken een belangrijke rol. Partijen buiten de vorige coalitie pleiten voor meer en eerdere participatie, bijvoorbeeld bij onderwerpen als mobiliteit, parkeren, asiel en duurzaamheid. Engberts adviseert om bewoners actief te betrekken bij de totstandkoming van het nieuwe akkoord, onder meer via bijeenkomsten en een open oproep voor ideeën.
Voor de volgende fase stelt hij voor dat de informateur - directeur van het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks en lid van de Eerste Kamer Noortje Thijssen - met de drie beoogde coalitiepartijen aan de slag gaat. Zij moet met de partijen gaan werken aan een akkoord op hoofdlijnen, met oog voor samenwerking binnen én buiten de coalitie. Als het aan Engberts ligt, wordt de komende bestuursperiode er een waarin niet alleen besluiten worden genomen, maar ook bruggen worden gebouwd. "De noodzaak van verbinding in een versnipperende en gepolariseerde samenleving is van groot belang, mede met het oog een stevig stadsbestuur en het vertrouwen in de democratie ook op langere termijn."