Foto toen: Jan van der Mast geeft een lezing
Foto toen: Jan van der Mast geeft een lezing

Jan van der Mast

DELFT - In een woonkamer vol boeken vertelt Jan van der Mast met een glimlach over een leven dat zich niet laat vangen in één richting. Van goudkleurige toneeldecors tot stoffige archieven, steeds is daar die nieuwsgierigheid en drang om te vertellen. Zijn jeugd tussen beton en bouwkranen groeit uit tot een veelzijdige loopbaan als schrijver en verhalenverteller.

Door: Doris Steijger

Jan is zeven jaar oud als hij in 1968 met zijn gezin naar Delft verhuist; de overgang is groot: ‘We kregen een flat in de Buitenhof. Dat was een hele overgang van een Schilderswijk naar een flat met 196 woningen.’ Hij groeit op op de zesde verdieping in een wijk die nog volop in aanbouw is. Als kind kijkt hij naar de stad die ontstaat: ‘Je zag de volgende flat gebouwd worden.’

Een verborgen passie
Na de middelbare school kiest Jan voor een studie bouwkunde in Delft, met een specialisatie in stedenbouw. Tijdens zijn studie verandert er iets: ‘Ik ging toneelspelen bij de Delftse Komedie. Dat wilde ik al lang, maar ik was te verlegen.’ Hij zet de stap naar het podium en begint toneelstukken te schrijven. ‘Ik heb mijn studie afgemaakt. Dat mocht zelfs in Barcelona, maar al snel was het duidelijk: schrijven vond ik leuker.’

Dood van een Sardien
In 1991 komt alles samen: zijn toneelstuk Dood van een sardien wordt genomineerd voor De Nederlands-Vlaamse Toneelschrijfprijs. Hij wint niet, maar de impact is groot en voor het eerst lijkt een leven als schrijver en theatermaker realistisch. Hij staat op een kruispunt tussen een veilige baan als stedenbouwer en een onzeker bestaan in de kunst. ‘Misschien worden we niet rijk, maar doe wat je graag wil,’ zei zijn vriendin. Jan kiest voor het laatste; een sprong die verrassend goed uitpakt.

Door een misverstand krijgt Dood van een sardien het label jeugdtheater en opent onverwacht deuren. ‘We werden gevraagd voor festivals, en zo gingen we van Den Bosch tot Wenen.’ Jan speelt zelf mee als prinsje dat liever dichter wil worden dan koning, een rol die hem dicht bij het hart ligt. Het bestaan is avontuurlijk: ‘We huurden een busje en reden met het decor naar Wenen.’ Wat begint als toeval groeit uit tot een langdurig succes. ‘Dan dacht ik: nu is het klaar, maar dan werden we weer gevraagd.’

De zes blinden
In Delft, onder andere in het voormalige Waagtheater, beleeft Jan zijn mooiste momenten: ‘Ik moest op een klein vouwfietsje opkomen, alles was goud: het decor, mijn pyjama, zelfs het fietsje.’ Ook buiten de theaters zoekt hij het publiek op. Voor het straattheaterfestival de Mooiweerspelen maakt hij met Wilma Keizer een act gebaseerd op een schilderij van Breughel: zes blinden die door de stad lopen en in de gracht belanden. ‘We zijn zes keer in het water gevallen.’ Het publiek kijkt verbaasd toe, niet zeker of het spel of werkelijkheid is.

Van Marken
Na twee decennia van repetities, premières en tournees verschuift zijn blik richting het verleden. Hij ontdekt historische romans. ‘Ik ben echt gek op historische verhalen.' Archieven worden zijn werkplek; hij spit kranten door, volgt sporen van vergeten levens en bouwt daar verhalen omheen. ‘Ik kan iets kleins opblazen tot een heel verhaal.' Een eerste project is ‘De kleine Keizer' over een bijzondere kleine Fries (92 cm) met een carrière in Amerika.

Later in het Delfts stadsarchief, stuit Jan op een geheim dagboek van industrieel Jacques van Marken, een document dat pas in 2040 openbaar mocht worden. Toch krijgt hij toegang: ‘Dat heeft mijn leven op z'n kop gezet.' Hij ontdekt een verborgen dubbelleven: een tweede gezin, jarenlang geheimgehouden. Vooral de reactie van Van Markens vrouw, Agneta, fascineert hem. ‘Dat is zo'n bijzonder verhaal.' Hij schrijft er meerdere boeken over, waaronder het populaire boek ‘Agneta' en maakt een toneelstuk waarin hij zelf Van Marken speelt. Onze stad blijft een bron van inspiratie voor hem: ‘Het is een feest om die rijke Delftse verhalen te ontdekken en verder te vertellen.’

Foto nu: Jan van der Mast