
Deel 4 – De balans
Dit is een onderzoek naar ‘jongeren en werk’ in de wijken Voorhof, Buitenhof en Tanthof-West. Van de Delftse jongeren die niet werken en niet leren woont een groot deel in Delft-West. Wat doet het project ‘Wij West’ voor hen? Het resultaat zijn vier artikelen: Grote beloften, Jongerenactiviteiten, De politiek, De balans.
Na drie artikelen over Wij West rest de vraag: is dit de aanpak die voor jongeren echt het verschil gaat maken? Uit dit onderzoek komt een dubbel beeld naar voren. In de wijken is zichtbaar iets opgebouwd: plekken, activiteiten, netwerken met mensen die jongeren eerder proberen te bereiken. Maar tegelijk is nog niet duidelijk of het programma meetbare en blijvende resultaten zal opleveren.
Door: Willem de Bie
Grote belofte, lastige praktijk
Wij West is de Delftse meerjarige aanpak binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Voor Voorhof, Buitenhof en Tanthof-West moet het wonen, veiligheid, onderwijs, zorg, cultuur en werk met elkaar verbinden. De belofte is: jongeren betere kansen geven op school, op werk en in hun dagelijks leven. Niet meer door een reeks losse projecten, maar met een permanente, samenhangende aanpak om echt verschil te maken.
Financieel en bestuurlijk is de opzet fors. Er is zo’n 25 miljoen euro beschikbaar voor jeugd en onderwijs, wonen en leefomgeving, werk, meedoen en ondernemerschap. Tegelijk maakt juist die breedte het project lastig te volgen. De gemeente heeft zelf meerdere rollen, terwijl partners hun eigen verantwoordelijkheden houden. Een deel van de bijdrage bestaat uit inzet in natura: uren van personeel, locaties en expertise. Die brede opzet maakt het project financieel en bestuurlijk lastig te volgen, ook voor de gemeenteraad waar meer grip wordt gevraagd: wie beslist, hoe wordt verantwoord, hoe toon je aan dat het programma werkt?
Voor bewoners is dat allemaal minder interessant en gaat het om de simpele vraag: wat verandert er concreet in mijn wijk, en wie is daarop aanspreekbaar? Daar zit vanaf het begin de spanning van Wij West. De constructie is groot, de tijdlijn is lang en de ambities zijn breed, maar de wijk vraagt iets veel directer: zichtbaarheid, nabijheid en vertrouwen. De raad wil grip: wie beslist, hoe wordt verantwoord, en hoe toon je aan dat voor jongeren de beloofde route van begeleiding naar opleiding en werk ook echt werkt?
In Delft-West gebeurt wel degelijk iets
Wie alleen naar die bestuurlijke laag kijkt, doet het project tekort. Wij West bestaat in de praktijk allang niet meer uit alleen visie en plannen. In en rond de Buurtfabriek in Buitenhof, De Vleugel in Voorhof en De Border in Tanthof-West zijn plekken ontstaan waar jongeren binnenkomen via muziek, sport, een spelcomputer, een gesprek of simpelweg omdat zij er iemand kennen.
Daar zit een belangrijke kwaliteit van de aanpak: niet beginnen bij formulieren en loketten, maar bij contact; jongeren die thuis problemen hebben, op school dreigen uit te vallen of al in beeld zijn bij hulpverlening of justitie, melden zich zelden vanzelf bij een officiële instantie. Zij worden eerder bereikt op een plek die vertrouwd voelt met bekende volwassenen.
Dat laagdrempelige karakter is misschien wel de grootste winst van de eerste fase. In Delft-West groeit de sociale infrastructuur waarin jongeren eerder in beeld kunnen komen dan voorheen. Daarmee zijn de problemen nog niet opgelost. Maar meer informele ingangen waar jongeren weer gezien worden. In een wijk waar problemen vaak al beginnen voordat een jongere zelf om hulp vraagt, is dat geen detail maar een voorwaarde. Zodat je de problemen voor kunt zijn of oplossen.
De lastigste stap: van plek naar perspectief
Een veilige plek om binnen te lopen is belangrijk, maar nog geen eindresultaat. De vraag is wat er daarna gebeurt. Lukt het om jongeren vanuit die eerste contacten duurzaam verder te brengen naar opleiding, praktijkleren, stage, leerwerkplek of baan? Dit is het lastigste stuk van de hele keten. Dáár moet Wij West zich uiteindelijk bewijzen: zorgen voor doorstroom naar school, banen en baanbehoud.
In Delft-West wordt wel degelijk geprobeerd die doorstroom voor elkaar te krijgen. Kennismakelaar Gilbert de Nijs probeert vragen uit de wijk te verbinden met ROC Mondriaan, InHolland, De Haagse Hogeschool en TU Delft. DOK Delft zet juist vroeger in, met taal, met voorlezen en leesbevordering, om taalachterstanden al op jonge leeftijd te verkleinen. Ook programma’s als de Rijke Leerdag passen in die gedachte: eerder beginnen, breder kijken, en school, wijk en ontwikkeling dichter bij elkaar brengen.
Maar het beeld is nog diffuus. Na ruim twee jaar lijkt Wij West nog vooral op een mozaïek van veel initiatieven, verschillende schaalgroottes en verschillende gezichten. Dat hoeft niet te betekenen dat het niet werkt. Het kan ook zijn dat het programma nog te jong is en dat effecten pas later goed zichtbaar worden. Is er al een herkenbare route zichtbaar van binnenlopen naar toekomst, of kijken we naar een verzameling waardevolle initiatieven die nog niet stevig genoeg op elkaar aansluiten?
Politiek debat: kansen of grenzen?
Diezelfde spanning is merkbaar in de politiek. Voor veel raadsleden zijn jongeren in Delft-West het duidelijkste teken van wat er in de wijk misgaat, maar tegelijk ook de groep waarbij verbetering het meest urgent is. De visies lopen daarbij uiteen. Bram Stoop van Hart voor Delft legt de nadruk op overlast, normen, grenzen en veiligheid. Sivan Maruf van D66 wijst juist op de gevolgen van jarenlange achterstand, weggevallen voorzieningen en te laat investeren in de basis. Wethouder Karin Schrederhof probeert die twee lijnen bestuurlijk bij elkaar te brengen.
Stoop kiest een stevig vertrekpunt. Voor hem moet de stad niet alleen praten over kansen, maar ook duidelijke grenzen stellen. Hij verbindt jongerenproblematiek aan overlast, gebrek aan begeleiding en het risico dat middelen blijven hangen in een ‘circuit van uitvoerders'. Zijn pleidooi is directer: investeer dichter op de praktijk, dichter bij ondernemers en leerbanen, en maak scherper zichtbaar wat trajecten opleveren. Maruf waarschuwt aan de andere kant dat een stad uiteindelijk duurder uit is als zij de basis niet opbouwt. Dan volgt vanzelf weer de reflex van politie, controles en streng optreden. Schrederhof zoekt de combinatie: vroeg beginnen, laagdrempelig werken, investeren in talent en onderwijs, maar tegelijk veiligheid en structuur serieus nemen.
Ondanks de verschillen van opvatting ontkent niemand dat overlast bewoners raakt en wil niemand volhouden dat jongeren alleen met handhaving verder geholpen worden. De werkelijke opdracht voor Wij West is dus breed: organiseer perspectief én begrenzing tegelijk. Niet kiezen tussen preventie of repressie, maar zorgen dat jongeren vroeg in beeld komen, dat er herkenbare volwassenen (sleutelfiguren) in de wijk zijn, en dat duidelijk is wat de volgende stap is als iemand dreigt af te glijden.
Tijdelijkheid blijft een risico
Een tweede zwakke plek is de tijdelijkheid van het programma. Veel van wat nu werkt in Delft-West draait om mensen, plekken en relaties. Precies dat soort dingen zijn vaak het moeilijkst structureel te borgen. De Buurtfabriek wordt door betrokkenen omschreven als een soort dorpsplein van de wijk, maar tegelijk heeft ook die plek een tijdelijk karakter. Dat roept een ongemakkelijke vraag op: wat gebeurt er met dit netwerk van mensen en plekken als financiering afneemt of bestuurlijke prioriteiten verschuiven?
Voor jongeren is dit geen theoretisch vraagstuk. Zoals een van hen het samenvatte: ‘Het is bij mijn broer niet gelukt, het is bij mijn neef niet gelukt, waarom zou het nu bij mij wel lukken?’ Dat wantrouwen is het resultaat van generaties van teleurstellingen en het hardnekkige gevoel dat er uiteindelijk weinig verandert. Precies daarom laat dit onderzoek nog iets anders zien: bewoners en jongeren willen niet alleen meedoen, maar ook invloed hebben.
In het Wijkmanifest en in gesprekken met betrokkenen komt dat steeds terug. Fatima Polat zegt het scherp: ‘Als Wij West jongeren echt wil helpen met school, werk en toekomst, moet de aanpak minder draaien om systemen en meer om vertrouwen, lokale rolmodellen, blijvende gezichten en echte medezeggenschap van bewoners’. Dat raakt de kern. Want alleen als niet alleen activiteiten, maar ook relaties en fysieke plekken in de wijk duurzaam worden opgebouwd, kan er iets ontstaan dat standhoudt.
Zicht op voortgang en sturing
Daarnaast is er behoefte aan beter zicht op resultaten. Stoop vraagt om hardere cijfers en regelmatiger evaluatie. Schrederhof wijst erop dat de gemeente nu vooral werkt met jaarlijkse cijfers, gesprekken en onderzoek, en dat tussentijdse momentopnames minder beschikbaar zijn. Maar juist voor een project dat zegt lerend en langdurig te willen werken, lijkt de kritiek van Stoop terecht. Zonder vaker en helderder zicht op voortgang blijft het lastig om bij te sturen én om bewoners overtuigend te laten zien dat de aanpak werkt.
Nieuwe fase
Dat maakt de aangekondigde herijking van Wij West extra relevant. De sturing van het project wordt opnieuw bekeken en is volgens burgemeester Alexander Pechtold toe aan een nieuwe fase. Met de komst van een nieuwe programmadirecteur ontstaat een logisch moment om scherper te kijken naar rollen, verantwoordelijkheden en werkwijze. Dat hoeft niet te betekenen dat het project is mislukt. Eerder het omgekeerde: een programma van deze omvang moet juist durven bijstellen als de eerste jaren laten zien waar het wringt.
De balans
De belangrijkste conclusie in dit onderzoek is daarom dubbel. Wij West is geen lege huls. Er gebeurt in Delft-West veel, er zijn veel plekken waar jongeren nu wel terechtkunnen en er zijn veel betrokken mensen actief die proberen escalatie te voorkomen en perspectief te bieden. Er is in de wijken daadwerkelijk iets opgebouwd.
Maar Wij West is ook nog geen bewezen succes. Daarvoor is de route van activiteit naar structurele vooruitgang nog te weinig zichtbaar, is de bestuurlijke constructie nog te ingewikkeld en blijft het zicht op opbrengsten te beperkt. De komende fase wordt daarom beslissend. Niet omdat alles opnieuw moet, maar omdat nu duidelijk moet worden welke onderdelen echt dragend zijn en welke vooral goed klinken op papier.
De belofte van Wij West voor jongeren was vanaf het begin groot: niet nog een reeks losse projecten, maar een aanpak die verschil maakt in het echte leven van jongeren in Delft-West. Vooral als het gaat om werk. Dit onderzoek maakt duidelijk dat die belofte nog niet is ingelost, maar ook zeker nog niet is mislukt. Alles hangt nu af van de vraag of Delft erin slaagt de aanpak eenvoudiger, steviger, zichtbaarder en langduriger te maken. En meer mèt de wijk dan alleen in de wijk. Dáár zal uiteindelijk de waarde van Wij West op worden afgerekend.
Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door Mediafonds Delft.
