
Jan de bostelman
Door Jeroen Stolk
Het was een mooie dag voor Jan Gerritsz., die 30ste april 1594. Misschien wel de mooiste dag van zijn leven, want vandaag zou hij zijn Annetgen Leenerts het jawoord geven. Het prille stel woonde aan het Achterom in brouwerij de Roscam, alwaar Jan werkzaam was als bostelman. Er waren heel wat bostelmannen werkzaam in Delft met haar vele brouwerijen. Bostel was een restproduct van het brouwproces. Een nuttig restproduct want er viel nog wat aan te verdienen bij verkoop als veevoer. Bostel was het overblijfsel van gemout graan (doorgaans gerst), het was een vochtig goedje dat bestond uit schilletjes, vezels en zo'n 75 tot 80% water. Het was uitermate geschikt als veevoer omdat het rijk was aan vezels en plantaardige eiwitten. Het mag dan ook geen verrassing heten dat er een levendige handel in bostel plaatsvond. Bijvoorbeeld door de Delftse bostelkopers Gillis Lourisz. van Deijmen en Thonis Claes die op het Zuideinde woonde. Maar niet alle bostel werd door de brouwerij verkocht want de werknemer van de brouwer kon er natuurlijk prima het varken mee vetmesten. Ook de kippen en soms de geit deden zich aan dit voedsel tegoed. Op deze wijze werden lage lonen deels gecompenseerd. "….ende sal den knecht mogen genieten den bostel, voortkomend uit het brouwsel, tot nut van sijn huysgezin”. Maar bruidegom Jan was geen handelaar in bostel, hij was in dienst van de Roscam en klaarde daar allerlei klusjes, onder andere met betrekking tot bostel. Delft kende ook een aantal bostelhuisjes; kleine arbeidershuisjes verbonden aan een brouwerij. Naast gebruik als woonruimte werd er ook bostel opgeslagen en was er niet zelden een varkenshok. Een varken (doorgaans één per gezin) was een belangrijk bezit. Hoewel niet altijd als zodanig omschreven, zijn ze toch vaak (in archieven) herkenbaar. In Delft waren zij onder meer te vinden bij brouwerijen aan de Oude Delft; Koornmarkt; Voldersgracht en Oosteinde. Het klinkt allemaal als een duurzaam en economisch wonder, die brouwnering, maar zoals altijd waren er ook hier nadelen. Het brouwen, het vee en bostel (dat snel bedierf) zorgde voor behoorlijke stankoverlast. Bostelman Jan maakte het allemaal even niets uit: hij had immers zijn Annetgen met wie hij vanaf nu zijn leven zou delen.