Foto toen: Ruut als clown Zapp (rechts)
Foto toen: Ruut als clown Zapp (rechts)

Het Delft van Toen: Ruut van Hooft

Algemeen

DELFT - Wie Ruut van Hooft voor het eerst ontmoet ziet een rustige man uit Delft die bedachtzaam praat en af en toe glimlacht. Des te verrassender is het als hij vertelt wat zijn beroep is. Ruut is clown, straatartiest en docent. Niet het cliché uit kinderfeestjes of circusposters, maar een artiest die met kleine gebaren en scherpe timing een publiek bespeelt. Hij laat mensen lachen, en soms ook nadenken. Het is een vak waar je hem misschien niet meteen op zou vastpinnen, maar juist die onverwachte combinatie maakt dit verhaal interessant.

Ruut werd in 1953 geboren in Delft, vlak achter het station. Zijn jeugd begon met een grote verandering: op vierjarige leeftijd emigreerde het gezin naar Canada. ‘Meer mensen deden dat,’ vertelt hij. ‘Daar moest je heen als je een nieuw bestaan wilde opbouwen.’ Voor veel Nederlanders was het een avontuur, maar Ruut’s moeder kon er niet aarden. Na vier jaar keerde het gezin terug naar Delft. Dat heimwee herkent Ruut nog steeds. ‘Ik mis altijd Delft als ik langer weg ben,’ zegt hij openhartig. Reizen hoorde later wel bij zijn werk, maar makkelijk werd het nooit. Terug in Delft ging hij naar school en bouwde er zijn leven op. Het idee dat hij later clown zou worden lag toen nog helemaal niet voor de hand. ‘Mijn passie voor het vak kwam nergens vandaan,’ zegt hij. ‘Het clownsvak daar had ik vroeger helemaal niks mee.’ Toch begon er in zijn studententijd iets te kriebelen. In Delft raakte hij betrokken bij het amateurtheater de Delftse Comedie. ‘Daar ontdekte ik dat theater maken eigenlijk heel leuk is,’ herinnert hij zich.

De eerste clown
Zijn eerste optreden als clown ontstond bijna per ongeluk. Tijdens de Delftse Vakantieactiviteiten was een clown nodig. Ruut stak zijn hand op. ‘Ik zei: nou, ik speel de clown. Waarom? Weet ik ook niet.’ Het pak had hij snel geregeld. ‘In no-time heb ik een pak in elkaar geflanst en mijn flapschoenen gemaakt. Rode neus erbij en dan heb je het cliché van de clown.’ Tot zijn verrassing sloeg het aan. ‘Dan merk je dat de mensen dat wel leuk vinden,’ zegt hij. En zo begon een pad dat hij zelf nooit had gepland.

De spontane rol groeide al snel uit tot een serieus vak. Ruut besloot zich verder te verdiepen in theater en volgde een opleiding aan de Academie voor Expressie door Woord en Gebaar. Hij specialiseerde zich verder in het clownsvak en volgde trainingen in binnen- en buitenland. ‘Goede docenten op dat vlak vind je niet zo gauw,’ zegt hij. Want clown zijn, zo ontdekte hij, is veel moeilijker dan het lijkt. ‘Wil je het vak goed leren, dan moet je daar echt wat voor over hebben.’

Spiegel van het publiek
Gaandeweg ontwikkelde Ruut zijn eigen visie op het clownsvak. Voor hem gaat het niet alleen om grappig zijn of mensen laten lachen. ‘Het is een oud gegeven: je spiegelt de mensen,’ legt hij uit. ‘Dat is de bedoeling van de clown.’ Een clown laat ook kwetsbaarheid zien: verlegenheid, verliefdheid en twijfel. Om dat geloofwaardig te maken, moet een acteur ze perfect beheersen. ‘Je moet het zo intens goed kunnen, dat het boven in de nok van het Carré geloofwaardig is,’ zegt hij. Daarvoor is niet alleen techniek nodig, maar ook lef. ‘Vooral als je op straat speelt.’

Straattheater
Het straatoptreden werd uiteindelijk een belangrijk onderdeel van zijn werk. Op straat is er geen afstand tussen artiest en publiek. Op vele pleinen en straten verscheen Ruut met zijn meer dan 30 verschillende acts waaronder 6 verschillende clowns. Delft moest eraan geloven want met Han Geurts, Cees van Bokhoven en Gertjan Oldeman richtte hij in 1988 de Mooi Weer Spelen op, een groots straatfestival dat 25.000 mensen trok. ‘De straatartiest, de clown vermaakt soms op een zachte manier het publiek maar kan ze ook zeer verrassend uitdagen en wakker schudden’, vertelt Ruut. ‘En zo kan het ook gebeuren dat je als clown hulp nodig hebt omdat iets maar niet wil lukken en er dan een kind zegt: “er moet iemand helpen. De clown kijkt verast op en vraagt dan : “is Iemand er dan? Een tel later staat er een jongetje op het toneel en Zapp vraagt : “wie ben jij ?”. “Ik ben Iemand!”’

Foto nu: Ruut van Hooft