Foto: Koos Bommelé
Foto: Koos Bommelé Foto: KOOS BOMMELE

Delft doet mee aan pilot regionaal deelfietsensysteem

Algemeen

DELFT - Delft zet samen met zeven andere gemeenten in de Haagse regio een volgende stap richting een regionaal netwerk van deelfietsen. Op 4 maart ondertekenden de gemeenten een samenwerkingsovereenkomst binnen de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Daarmee komt de start van een pilot voor een publiek deelfietsensysteem dichterbij.

Het initiatief moet het makkelijker maken om korte afstanden te overbruggen, bijvoorbeeld tussen een treinstation en een woonwijk of werklocatie. Als alles volgens planning verloopt, gaan de eerste regionale deelfietsen eind 2026 of begin 2027 de straat op.

Eén netwerk voor de regio
Het plan komt voort uit een eerdere intentieverklaring die in 2024 werd ondertekend door Delft en andere gemeenten in de regio. Het huidige aanbod van deelfietsen is volgens de betrokken partijen te versnipperd. Elke gemeente hanteert eigen systemen en aanbieders, waardoor er geen samenhangend netwerk bestaat. De MRDH wil daar verandering in brengen met één systeem dat regionaal werkt. Naast Delft doen Den Haag, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer mee. De MRDH heeft nu van de gemeenten een volmacht gekregen om de concessie voor het systeem uit te voeren.

Deelfiets als schakel in het OV
Het belangrijkste doel van het systeem is het verbeteren van de bereikbaarheid in de regio. De deelfiets moet vooral dienen als voor- en natransport van het openbaar vervoer: de laatste kilometers tussen een station en de uiteindelijke bestemming. Daarmee hopen de gemeenten niet alleen het gebruik van het openbaar vervoer te stimuleren, maar ook bij te dragen aan duurzamer vervoer en een leefbaardere stad. Om dat te bereiken moet het systeem aan meerdere publieke doelen voldoen. Zo moeten fietsen beschikbaar zijn op relevante locaties, zoals bij OV-knooppunten, woonwijken en werklocaties. Ook moeten de tarieven betaalbaar blijven, zodat dagelijks gebruik mogelijk wordt. Daarnaast zetten de gemeenten in op herkenbaarheid en gebruiksgemak. De fietsen moeten eenvoudig te vinden en te reserveren zijn via een app en duidelijke instructies.

Hubs op straat en in de app
Een belangrijk onderdeel van het systeem zijn zogenaamde hubs: plekken waar fietsen kunnen worden opgehaald en ingeleverd. Dat gebeurt op twee manieren. Er komen fysieke hubs in de openbare ruimte, herkenbare plekken waar fietsen zichtbaar gestald staan. Deze krijgen een uniforme uitstraling volgens een landelijke huisstijl, zodat reizigers direct zien waar een deelfiets kan worden achtergelaten. Daarnaast komen er digitale hubs. Die zijn niet zichtbaar op straat, maar wel in de app. Daar wordt met een digitale zone aangegeven waar een fiets mag worden opgehaald of teruggezet. De maximale loopafstand tot een hub ligt naar verwachting tussen de 150 en 300 meter, afhankelijk van de dichtheid van een wijk.

Fiets ophalen en inleveren
Het systeem werkt volgens een zogenoemd ‘back-to-many-model’. Dat betekent dat gebruikers een fiets op één plek kunnen ophalen en op een andere locatie weer kunnen achterlaten. Een inwoner van Delft kan bijvoorbeeld een deelfiets bij huis pakken en die later achterlaten bij een afspraak in Rijswijk. Op die manier ontstaat een regionaal netwerk dat gemeenten met elkaar verbindt. Tijdens de pilot wordt gewerkt met een mix van elektrische en gewone fietsen. Afhankelijk van het gebruik kan de verhouding tijdens de proefperiode worden aangepast. Voor de proef stelt de MRDH budget beschikbaar voor een periode van drie jaar, met de mogelijkheid om deze twee keer met een jaar te verlengen. Op basis van de ervaringen besluiten de gemeenten later of en hoe het systeem wordt omgezet in een permanent regionaal deelfietsnetwerk.