Foto: Koos Bommelé
Foto: Koos Bommelé Foto: KOOS BOMMELE

Delft zet stappen naar een circulaire stad

Algemeen

DELFT - Wat doe je met een kapotte stofzuiger, een oude kast of een elektrische tandenborstel die het niet meer doet? Weggooien is steeds minder vanzelfsprekend. In Delft groeit een beweging waarin repareren, hergebruiken en delen centraal staan. De gemeente probeert die ontwikkeling actief te stimuleren. 

“De basis van een circulaire economie is eigenlijk heel simpel”, aldus wethouder Maaike Zwart. “We willen zuiniger omgaan met onze spullen. Is het wel echt nodig om iets nieuws te kopen? Veel grondstoffen op de wereld zijn schaars en moeten worden gewonnen onder moeilijke omstandigheden. Daarnaast kost het maken van spullen veel energie en zorgt het voor CO₂-uitstoot en afval. Dus de eerste stap is eigenlijk: minder spullen gebruiken. Daarbij zijn hergebruiken, repareren en delen belangrijk.” Dat idee is overigens niet nieuw, merkt ze. “Ik sprak een man van negentig die zei: ‘Ik ben opgegroeid in een circulaire economie. Vroeger leverden we de melkflessen gewoon weer in bij de melkboer en werd alles hergebruikt.’ We kunnen misschien niet helemaal terug naar die tijd, maar het laat wel zien dat we prima kunnen leven met minder spullen.” Volgens wethouder Frank van Vliet heeft die manier van omgaan met spullen ook een verrassend positief effect. “Het maakt mensen eigenlijk gelukkiger. Ik kom zo nu en dan bij een Repair Café. Dan komt iemand met een kapotte trui of stofzuiger. Samen met vrijwilligers wordt het gerepareerd en daarna gaat iemand blij naar huis. Of als je iets tweedehands koopt dat uniek is en een verhaal heeft. Dat maakt het juist leuk.”

Ideeën uit de stad
Zeven jaar geleden stelde Delft al een visie op circulaire economie vast, maar er was weinig geld om plannen uit te voeren. “Vier jaar geleden hebben we gezegd: we gaan er echt mee aan de slag”, vertelt Zwart. “Maar we begonnen niet met dikke beleidsstukken. We zijn gaan kijken waar in de stad al energie zat en hebben mensen met ideeën met elkaar verbonden.” Dat leverde een reeks initiatieven op. Een voorbeeld is de meubelmarkt die ontstond rond de introductieweek voor studenten. Veel vertrekkende studenten doen in de zomer hun meubels weg, terwijl nieuwe studenten in september juist spullen nodig hebben. “Zes weken lang zijn er in Delft meubels ingezameld, waarbij bedrijven en inwoners veel spullen bij de inzamelpunten hebben gebracht voor de meubelmarkt”, vertelt Zwart. “Op de vrijdagochtend werden ze bij de aula neergezet en om twee uur ’s middags was vrijwel alles weg. Niet alleen studenten kwamen langs, maar ook buurtbewoners. Daarna hebben we de actie zelf nog een keer herhaald tijdens de Klimaatweek bij Stichting Stunt, voor de inwoners van Delft-West.” Het idee bleek zo succesvol dat het inmiddels vaker wordt herhaald en het idee is opgepakt in andere steden. Ook andere organisaties in Delft organiseren inmiddels soortgelijke evenementen. “Dat vind ik het mooiste”, zegt Van Vliet. “De gemeente helpt een initiatief op gang en daarna pakken anderen het op en gaan ermee verder.”

Ontspullen in de wijken
Een ander initiatief zijn de zogenoemde ‘Ontspuldagen’ in verschillende wijken. Bewoners kunnen daar bruikbare spullen brengen die ze niet meer nodig hebben. “Dan zie je dat er honderden mensen op afkomen”, vertelt Van Vliet. “Mensen vinden het leuk om eens goed op te ruimen en er anderen blij mee te maken.” Tijdens zo’n dag werken verschillende organisaties samen. De kringloopwinkel neemt spullen in, maar ook andere partijen doen mee. Zo zamelt Ikea oude Ikea-meubels in voor herverkoop en geeft de Speelgoedbank speelgoed een nieuwe bestemming. Volgens Zwart zit er ook een sociaal aspect aan. “Spullen die anders op straat of in de verbrandingsoven zouden belanden, krijgen een tweede leven. En inwoners kunnen voor weinig geld iets moois krijgen.”

Netwerk 
Niet alleen inwoners, ook ondernemers zijn steeds vaker met circulaire ideeën bezig. Via het zogeheten Circle Lab worden ondernemers met elkaar in contact gebracht om plannen verder te ontwikkelen. “Daar ontstaan hele netwerken”, zegt Zwart. “Ondernemers en inwoners helpen elkaar met praktische tips en nieuwe samenwerkingen.” Sommige ideeën zijn verrassend creatief. Zo is er een ondernemer die zich specialiseert in het repareren van elektrische tandenborstels en apparaten uit heel Nederland toegestuurd krijgt. Een ander initiatief onderzoekt hoe onderdelen van oude windmolens gebruikt kunnen worden om bruggen te bouwen. In april start een nieuwe editie van Circle Lab. Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden via www.newfuturelab.nl/nieuws/circle.

Minder afval
Volgens Van Vliet groeit er langzaam een nieuwe economie. “Je ziet bijvoorbeeld steeds meer vintage en reparatiediensten. Producten worden ook vaker zo ontworpen dat je ze makkelijker kunt herstellen.” Uiteindelijk moet circulair denken ook zorgen voor minder afval. In Delft produceert een inwoner gemiddeld nog zo’n 220 kilo restafval per jaar. “Ons doel is om dat terug te brengen naar 100 kilo”, vertelt Van Vliet. “Dat is goed voor het milieu, maar ook voor de portemonnee van inwoners en gemeente. Afval verbranden kost namelijk veel geld.” Alleen al via de meubelmarkten werd afgelopen jaar zo’n 36.000 kilo aan spullen hergebruikt in plaats van weggegooid. Toch ligt er nog werk voor de boeg, erkent Zwart. “We moeten beter in beeld krijgen wat al deze initiatieven precies opleveren in kilo’s en kosten. Maar duidelijk is wel dat er in Delft ontzettend veel gebeurt.” En dat maakt de stad volgens de wethouders bij uitstek geschikt om verder te bouwen aan een circulaire toekomst. “Met inwoners, ondernemers en kennisinstellingen die hiermee bezig zijn, komt hier eigenlijk alles samen.”