Luchtfoto deel Voorhof (Foto: Willem de Bie)
Luchtfoto deel Voorhof (Foto: Willem de Bie)

Deel 2 Jongeren – De activiteiten

Dit is een onderzoek naar ‘jongeren en werk’ in de wijken Voorhof, Buitenhof en Tanthof-West. Van de Delftse jongeren die niet werken en niet leren woont een groot deel in Delft-West. Wat doet het project ‘Wij West’ voor hen? Het resultaat zijn vier artikelen: Grote beloften, Jongerenactiviteiten, De politiek, De balans.

Door Willem de Bie

De activiteiten
Op een doordeweekse avond in Delft-West is het op veel plekken opvallend bedrijvig. In de studio bij de Buurtfabriek klinkt muziek, in De Vleugel staat een spelcomputer aan en in De Border in Tanthof-West wordt gevoetbald en gekletst. Het zijn buurtkamers, zaaltjes en sportvelden waar jongeren langskomen omdat ze er iemand kennen.

Veel van deze activiteiten vallen onder Wij West, de Delftse uitwerking van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. In Buitenhof, Voorhof en Tanthof-West wil dat programma achterstanden verkleinen en kansen vergroten, met jongeren als belangrijke doelgroep. Dit artikel gaat niet over beleidspapieren of schema’s, maar over jongeren en de mensen die met hen werken: op straatniveau, in buurthuizen en op scholen.

Dromen en dagelijks leven
Bij de Buurtfabriek in Buitenhof werkt Glenn Weisz van CANIDREAM, een organisatie die zich richt op jongeren en hun talentontwikkeling. Het past in het beeld dat Wij West graag neerzet: activiteiten die jongeren in beweging brengen. Weg van alleen rondhangen, richting een leertraject, opleiding of baan. “Wij willen jongeren laten zien dat dromen mag,” zegt hij. “Maar we koppelen die droom wel aan een plan, anders blijft het een luchtkasteel.” In de praktijk betekent dat: rap- en DJ-workshops, een eigen studio, sportactiviteiten en gesprekken over school, werk en thuissituatie. De sfeer is informeel; er wordt net zo makkelijk gelachen als gepraat over serieuze onderwerpen.

Een huiskamer in De Vleugel
In wijkcentrum De Vleugel in Voorhof heeft wijkbewoner Gino Sille met anderen een jongereninloop opgezet. Hij is geboren en getogen in Poptahof. Daar zag hij hoe snel jongeren uit beeld kunnen raken als er weinig houvast is. Zijn stichting Onze Oogst richt zich op jongeren die problemen thuis, met school of justitie hebben, of gewoon een plek zoeken om te zijn. Op zondag- en maandagavond gaan de deuren open. Er is frisdrank, er staat een PlayStation, er klinkt muziek.

Tussen het gamen en praten door komen de echte vragen: een cv, een brief van school, een conflict in de buurt. De ruimte is klein en overzichtelijk. Voor de jongeren is het vooral belangrijk dat er iemand is die hen kent, en dat ze niet na tien minuten weer weg hoeven.

Tussen straat, sport en systeem
Aan de rand van Tanthof-West ligt De Border, een jongerencentrum waar ‘Stichting Welbevinden Delft’ van Patrick en Vanessa Verbaan actief is. Patrick was zelf als jongen “bijna in de criminaliteit beland”. Nu probeert hij jongeren op tijd een andere richting op te sturen. Met sportactiviteiten, huiskamersessies en de ‘SWD op locatie’-kar worden jongeren opgezocht in hun eigen omgeving. Er wordt gepraat over groepsdruk, grenzen, afwijzing, leerplicht, schulden of ruzie in de buurt. “Soms staan er wel zestig jongeren op de stoep,” zegt Vanessa. Soms lukt het om jongeren terug te krijgen naar school of richting een opleiding; soms is het al winst als escalatie wordt voorkomen.

Ruimte en tijdelijk karakter
Vrijwel iedereen die met jongeren werkt in Delft-West, wijst op het belang van fysieke ruimte. De Buurtfabriek bijvoorbeeld is een verzamelplek voor organisaties als Rode Feniks, CANIDREAM, Cultuurhuis Delft en DOK. Er wordt gesport, muziek gemaakt, huiswerkbegeleiding gegeven en er zijn buurtactiviteiten. Stijn Koppers, die via buurtstichting ‘Rode Feniks’ betrokken is, noemt het ‘een soort dorpsplein’. “Het hoeft niet hufterproof te zijn,” zegt hij. “Als het echt van de buurt is, dan vernielt niemand het.”

Tegelijk zit juist daar een spanning: dit soort plekken en activiteiten zouden structureel en duurzaam “van de wijk zelf” moeten zijn, niet afhankelijk van een programma met een einddatum. Wij West ís zo’n tijdelijk programma - en ook de Buurtfabriek heeft een tijdelijk karakter. Wat gebeurt er met het netwerk van plekken en mensen als financiering afneemt of stopt?

Bruggen naar onderwijs en werk
Wij West zet nadrukkelijk in op de verbindingen: tussen jongeren en opleidingen, tussen wijkinitiatieven en scholen, tussen praktijk en theorie. Op dit snijvlak werkt Gilbert de Nijs. Hij noemt zichzelf een ‘kennismakelaar’. Hij koppelt vragen uit de wijk aan onderwijsinstellingen zoals ROC Mondriaan, InHolland, De Haagse Hogeschool en TU Delft. “Ik geloof niet in vakjes denken,” zegt hij. “Delftenaren zijn doeners. Je moet ze niet uitnodigen voor een praatcafé, maar laten meewerken aan iets tastbaars, dan komt het gesprek vanzelf.” Dat vertaalt zich bijvoorbeeld in leerlingen die meehelpen bij schoonmaakacties in de wijk, jongeren die bij buurtinitiatieven ervaring opdoen in horeca of techniek, of studenten die onderzoeken hoe je energiearmoede in Delft-West kunt aanpakken.

Of dat allemaal leidt tot meer diploma’s en banen is, moet blijken. Voor sommige jongeren kan zo’n leer-werkplek een eerste stap zijn, voor onderwijsinstellingen een manier om aan te sluiten bij een buurt die anders gemakkelijk ‘ver weg’ blijft.

Vroege achterstand en leesplezier
Veel initiatieven richten zich op tieners en jongvolwassenen. DOK Delft wil eerder beginnen. Directeur Yuri Matteman ziet taal als een belangrijke sleutel en wijst op onderzoeken waaruit blijkt dat een taalachterstand in de eerste schooljaren lastig is in te halen. Met voorleesactiviteiten in de wijk en leesconsulenten op basisscholen in Delft-West probeert DOK grote achterstanden te voorkomen. "Of het nou strips of romans zijn: als kinderen maar lezen,” zegt Matteman. In combinatie met programma's als de ‘Rijke Leerdag', waarin scholen samenwerken met sport- en cultuurpartners, ontstaat een netwerk rond kinderen in de wijk. De link met het project Wij West is duidelijk: investeren in onderwijs en taalvaardigheid geldt als een van de manieren om schooluitval terug te dringen en werkloosheid te voorkomen.

Zeggenschap en zichtbaarheid
In het ‘Wijkmanifest’ geven bewoners aan wat zij belangrijk vinden. Bewoners - en dus ook de jongeren - willen niet alleen meedoen aan projecten, maar ook invloed hebben op keuzes en op besteding van het beschikbare geld. Welke zeggenschap hebben zij in de praktijk?

Fatima Polat, sleutelfiguur uit de wijk binnen Wij West, stelt dat als Wij West jongeren echt wil helpen met school, werk en toekomst, dan moet de aanpak minder draaien om systemen en meer om vertrouwen, blijvende gezichten, lokale rolmodellen en echte medezeggenschap van bewoners. Dat is volgens haar de brug die in de ‘nieuwe fase’ van Wij West nog gebouwd moet worden.

Momentopname
Na twee jaar Wij West is het beeld van het jongerenwerk in Delft-West dat van een mozaïek: verschillende initiatieven, verschillende schaalgroottes en veel verschillende gezichten. Wat dit op langere termijn betekent voor cijfers over werkloosheid, diploma’s of overlast, is nog niet duidelijk. Wellicht is daarvoor het programma nog te kort onderweg en zijn de effecten te versnipperd. Wel laat deze eerste verkenning zien dat er in Delft-West een substantieel netwerk van mensen en plekken is ontstaan dat zich met jongeren bezighoudt.

Of dat netwerk stevig genoeg is om door te groeien als de Wij West-financiering afneemt, is een open vraag. De komende jaren zal moeten blijken in hoeverre deze initiatieven worden voortgezet, verbreed of vervangen. En hoe er vanuit de politiek en het stadsbestuur wordt gekeken naar de stand van zaken. Wordt vervolgd.




Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door Mediafonds Delft.
Met dank aan Youp Soulman.

Bikolaan in Tanthof (Foto: Willem de Bie)