Foto toen: Schets van Delft in revolutiejaren
Foto toen: Schets van Delft in revolutiejaren

Nelleke Tanis

DELFT - In een stille studiezaal, tussen dozen vol vergeelde papieren in het Stadsarchief van Delft, begon voor Nelleke Tanis een zoektocht die haar uiteindelijk meer dan tweehonderd jaar terug in de tijd zou voeren. Wat aanvankelijk een ‘vrij vaag algemeen plan’ was, groeide uit tot een diepgravend promotieonderzoek naar het dagelijks leven in een tijd van revolutie (1780-1820), polarisatie en maatschappelijke omwenteling.

Door: Doris Steijger

De late achttiende eeuw was voor Delft een tijd van achteruitgang. De economische bloei van de zeventiende eeuw was verdwenen. Na de verloren oorlog tegen Engeland ging het steeds slechter. Werk werd schaars, prijzen stegen en veel gezinnen leefden van dag tot dag. Volgens Nelleke heerste er een breed gevoel van neergang. ‘We hadden veel van onze rijkdom en macht verloren.’ Dat besef voedde onrust en politieke spanningen. In Delft stonden patriotten en orangisten fel tegenover elkaar. Wat begon als een debat over hervormingen, mondde uit in een conflict dat het dagelijks leven diep beïnvloedde. Een revolutie en contrarevolutie in 1787 bracht geweld in de straten. Huizen werden geplunderd en mensen mishandeld. ‘Het was jarenlang grimmig,’ zegt Nelleke.

Honderden verzoeken
‘Je kunt van alles vinden over politiek en over de overheid,’ zegt Nelleke. ‘Maar waar vind je nou gewone mensen? Dat is niet zo makkelijk.’ Tijdens haar speurtocht in het archief ontdekte Nelleke een omvangrijke verzameling brieven aan het stadsbestuur. ‘Dat was echt schatgraven,’ vertelt ze. ‘Een bijzondere bron.’ Het bleken er zo’n vijfhonderd: persoonlijke brieven van timmerlieden, kleermakers, weduwen en dagloners. Ze vroegen om werk, financiële steun of bescherming. De brieven maken duidelijk hoe kwetsbaar het bestaan was. Veel Delftenaren leefden zonder buffer. Wie zijn baan verloor of gewond raakte, had geen verzekering of spaargeld om op terug te vallen. Ze herinnert zich een brief van een man die door een verdwaalde kogel in zijn arm was geschoten. Hij kon niet meer werken en vroeg om hulp. Op de achterkant stond een toevoeging: ‘Dit is geschreven door mij, Hendrik Mulder. Ik ben tien jaar oud, mijn vader kan niet schrijven. Dus ik heb deze brief voor hem geschreven.’ Volgens Nelleke een bijzondere vondst. De jongen schreef zelfs dat hij eigenlijk naar school moest, maar soms met zijn moeder op het land werkte om geld te verdienen. ‘Wanneer kom je dat nou tegen, zo dichtbij de gewone mensen van meer dan 200 jaar geleden?’

Verdeelde gezinnen
De politieke tegenstellingen liepen dwars door families heen. Nelleke stuitte op een brief van een kleermaker die schreef dat zijn vrouw een groep mannen op hem had afgestuurd om hem in elkaar te slaan vanwege zijn politieke overtuiging. Het huwelijk hield geen stand. ‘Het zijn heel veel intieme, persoonlijke verhalen,’ zegt Nelleke. ‘Die brengen je heel dicht bij gewone mensen.’ Na 1787 volgden jaren van repressie. De angst voor nieuwe revolutionaire uitbarstingen was groot. In 1795 werd met Franse steun de oude Republiek afgeschaft en de Bataafse Republiek uitgeroepen. Politiek veranderde er veel, maar het dagelijks leven bleef onzeker. Werk bleef schaars en de prijzen hoog.

Van stads- naar staatsburger
Toch ziet Nelleke in de brieven meer dan alleen ellende. Ze ontdekt ook een mentale verschuiving. Voor 1795 waren rechten sterk verbonden aan het stadsburgerschap. ‘Je was Delftenaar. Dat was je identiteit.' In de revolutiejaren ontstond langzaam het idee van een nationale gemeenschap. ‘Mensen gaan zich identificeren met een land in plaats van alleen met een stad,' zegt Nelleke. Dat verschil is zichtbaar in de verzoekschriften. Sommige schrijvers beroepen zich op hun recht als geboren Delftenaar. Anderen noemen zichzelf ‘vaderlander' of Nederlander. ‘Je ziet dat die oude en nieuwe wereld naast elkaar bestaan,' legt Nelleke uit. ‘Verandering is geen simpel proces. Het gaat geleidelijk.' Op 4 maart vertelt Nelleke in Delft meer over deze brieven en brengt zij de revolutiejaren tot leven.

Foto nu: Nelleke Tanis