
Nieuwe Kerk erkend als icoon, maar extra geld blijft uit
DELFT – De herinrichting van de Nieuwe Kerk blijft de gemoederen bezighouden in de Delftse politiek. Waar het college vasthoudt aan de afwijzing van een gemeentelijke bijdrage van 700.000 euro, zet de ChristenUnie vraagtekens bij die keuze. Uit recent beantwoorde schriftelijke vragen blijkt dat waardering voor het monument groot is, maar dat het college zich gebonden voelt aan strakke beleidskaders. Daarmee lijkt de toekomst van het herinrichtingsplan voorlopig onzeker.
De discussie is niet nieuw. In december luidde de Protestantse Gemeente Delft (PGD), eigenaar van de kerk, de noodklok. De Nieuwe Kerk, met jaarlijks circa 250.000 bezoekers de grootste publiekstrekker van de stad, mist volgens de PGD essentiële voorzieningen. Het ontbreken van voldoende toiletten, vergaderzalen, stromend water en een volwaardige keuken maakt intensief gebruik moeilijk. Juist dat intensieve gebruik is nodig om het monument financieel gezond te houden. Na het afblazen van een risicovol en kostbaar kelderplan in 2017 werd samen met onder meer de gemeente en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een soberder alternatief ontwikkeld. Binnen het bestaande kerkgebouw moeten voorzieningen worden ingepast, met respect voor het monumentale karakter. Van de totale investering van ruim 4 miljoen euro is inmiddels zo’n 80 procent gedekt. Het resterende tekort van 700.000 euro was aanleiding voor het verzoek aan de gemeente, dat afgelopen oktober werd afgewezen.
Scherpe keuzes
In haar schriftelijke vragen wijst de ChristenUnie Delft op de opvallende positie van de Nieuwe Kerk. De partij vergelijkt het project met andere grote investeringen in cultureel erfgoed, zoals Museum Prinsenhof, en vraagt waarom de kerk niet tot de culturele basisinfrastructuur wordt gerekend. Ook wordt gewezen op de gemeentelijke 'Toekomstvisie religieus erfgoed', waarin kerken juist worden gezien als kansrijk voor culturele, economische en sociale ontwikkeling. Het college laat in de beantwoording geen twijfel bestaan over het belang van de Nieuwe Kerk. Het noemt het gebouw 'gezichtsbepalend' voor de binnenstad en onderstreept de religieuze, historische, culturele én economische waarde. De afgelopen jaren investeerde de gemeente al 1,3 miljoen euro in de renovatie van het kerkgebouw. Daarnaast staat een restauratie van de toren, eigendom van de gemeente, op stapel waarvoor bijna 4,8 miljoen euro is gereserveerd. Toch leidt die waardering niet tot nieuwe financiële steun.
De aanvraag is getoetst aan het handelingsperspectief voor de begroting 2026 en verder, waarin de gemeente scherpe keuzes maakt. Investeringen moeten bijdragen aan de drie grote opgaven: Delft-West, het Innovatiedistrict en de energietransitie, of passen binnen vastgestelde ambities en lopende raadsbesluiten. Volgens het college voldoet de herinrichting van de Nieuwe Kerk daar niet aan. Daarbij speelt ook eigendom een rol. Anders dan bij Museum Prinsenhof is de gemeente geen eigenaar van de Nieuwe Kerk. Een vergelijking met investeringen in Rietveld Theater, Filmhuis Lumen en Theater de Veste gaat volgens het stadsbestuur mank, omdat deze instellingen primair een culturele functie hebben en deel uitmaken van de culturele basisinfrastructuur.
Geen alternatief voor Theater de Veste
Een andere suggestie van de ChristenUnie, om de Nieuwe Kerk tijdens een eventuele renovatie of herbouw van Theater de Veste als uitwijklocatie voor podiumkunsten te gebruiken, wordt eveneens van tafel geveegd. De technische eisen van de meeste voorstellingen zouden simpelweg niet passen bij wat de kerk kan bieden. Ook een beroep op innovatie- of economische subsidies maakt weinig kans. Volgens het college sluiten de plannen onvoldoende aan bij de doelstellingen van die regelingen. Wel ziet de gemeente mogelijkheden om samen te verkennen of de kerk in aanmerking kan komen voor een lening via de stimuleringsregeling stedelijke vernieuwing. Het initiatief daarvoor ligt bij de stichting Oude en Nieuwe Kerk Delft.
Beperkte mogelijkheden
De 'Toekomstvisie religieus erfgoed' lijkt in de afweging slechts beperkt gewicht te hebben. Bij het vaststellen van die visie zijn geen financiële middelen vrijgemaakt, waardoor er volgens het college geen basis is om hieruit subsidies te verstrekken. Ook een restant van een eerdere subsidietoezegging uit 2017 (zo’n 185.000 euro) kan niet alsnog worden ingezet. Dat bedrag is inmiddels opgegaan in de algemene middelen en het eerdere project geldt als afgerond. Ondertussen wijst ook het Platform Bezoekerseconomie Delft op het belang van de Nieuwe Kerk, zeker nu het Prinsenhof wegens verbouwing gesloten is. Het college erkent dat de sluiting van het museum bijzondere aandacht vraagt, maar stelt dat op andere manieren wordt gewerkt aan het aantrekken van bezoekers. Met de beantwoording van de schriftelijke vragen lijkt het college weinig ruimte te laten voor een heroverweging.
Commissievergadering
De kwestie werd afgelopen donderdag besproken door de commissie Economie, Financiën en Bestuur. In deze laatste commissievergadering van deze raadsperiode spraken de commissieleden over de toekomst van de Nieuwe Kerk. Hoewel meerdere fracties hun waardering uitspraken voor de Nieuwe Kerk als symbool en ontmoetingsplek van Delft, werd ook het dilemma benoemd: steun voor dit icoon versus het gevolg daarvan bij besluiten rondom andere kerken en maatschappelijke gebouwen. Wethouder Frank van Vliet benadrukte dat het college de kerk ‘een warm hart' toedraagt, maar binnen de huidige kaders geen ruimte ziet voor een directe bijdrage. Wel liet hij de deur op een kier voor alternatieven, zoals een lening of garantstelling, en gaf hij aan dat de raad bij een meerderheid via een raadsopdracht kan afdwingen dat financiële mogelijkheden verder worden onderzocht. Verschillende fracties kondigden aan dat zij hierover bij de raadsvergadering van 5 maart een motie zullen indienen.