
Teun van Staveren
DELFT – Het huis met de witte beelden voor het raam, zo staat het huis aan de Nieuwe Plantage waar Teun van Staveren woont bekend. Het is een huis dat opvalt, maar wie binnenstapt, merkt al snel dat het niet alleen de beelden zijn die hier iets vertellen. Dit is een huis vol verborgen verhalen over kunst en bijzondere bewoners. Teun woont er al 30 jaar en heeft hier zijn eerste stappen in het kunstenaarschap gezet.
Door: Doris Steijger
Als student Bouwkunde kwam Teun eind jaren zestig naar Delft, waar hij eerst in een klein kamertje woonde en zich ongelukkig voelde, tot hij terechtkwam in een studentenhuis aan de Oude Delft. ‘Daar zat ik in het hart van Delft,’ zegt hij, ‘en dat waren hele mooie jaren, met vrienden waar ik nog altijd contact mee heb.’ Uit Delft is hij niet meer weggegaan en hij verhuisde later naar een ander historische plek.
Van Gogh hing boven de deur
In het begin van de twintigste eeuw krijgt het huis aan de Nieuwe Plantage zijn meest indrukwekkende gedaante. Hier woont Hugo Tutein Nolthenius, directeur van de Calvé-fabriek. ‘Hij had hier een enorme kunstverzameling,’ vertelt Teun. ‘En niet zomaar iets. Hier hingen schilderijen van Van Gogh. De Aardappeleters hingen gewoon hier in de kamer.’ Ook een zelfportret van hem, later verhuisd naar de National Gallery in Washington, had hier een plek boven de deur.
Achter het huis lag een uitgestrekt park van bijna twee hectare, aangelegd in 1911 door tuinarchitect Springer, met een Italiaanse en een Engelse tuin, vijvers, beelden en een lange bomenlaan tot aan het kanaal. 'Wat mensen nu zien, is eigenlijk maar een restant,' zegt Teun. Door de aanleg van de trambrug in de jaren twintig werd het park in stukken gesneden en verdween een groot deel, maar wat overbleef is nog altijd een bijzondere, bijna verborgen plek in de stad. Juist omdat er niets strak wordt aangeharkt, is dit ecologisch zo waardevol,' zegt hij.
Verval en versnippering
Na de dood van Tutein Nolthenius in de winter van 1944 raakt het huis langzaam in verval. Het huis krijgt andere functies uiteindelijk worden er Chinese studenten gehuisvest die in Delft postacademische opleidingen volgen. Meer dan veertig mensen wonen in kleine hokjes. ‘Je gelooft het haast niet,’ zegt Teun. ‘Deze grote kamer bestond uit allemaal piepkleine kamertjes.’
In 1994 koopt een groep jonge architecten het huis van de Chinese ambassade. Teun en zijn vrienden zien vooral mogelijkheden in het oude pand. ‘We hadden geen idee van de geschiedenis,’ zegt hij. ‘We zagen een oud huis dat gered moest worden.’ Ze verbouwen het pand grondig, maken er appartementen van en delen de begane grond en de tuin. Wat eerst vervallen was, wordt opnieuw leefbaar. ‘We hebben het huis echt gered,’ zegt Teun.
Het huis opnieuw vol kunst
Rond de eeuwwisseling verandert niet alleen het huis, maar ook Teuns leven radicaal, na jaren als architect, onder meer aan restauraties, gewerkt te hebben, gooide hij het roer om. De wereld van kantoren, opdrachten en deadlines voelde achteraf meer als ‘je best doen’ dan als thuiskomen. Hij zegde zijn opdrachten op, gaf zijn werk als architect terug en koos volledig voor de kunst. ‘Ik heb alles opgegeven. Ik had geen inkomsten meer. Dat was heel spannend,’ vertelt hij. ‘Maar ik was niet meer te houden. Dit is waar ik naartoe moest. Wat ik eigenlijk altijd al wilde, was mijn eigen dingen maken. Een huis vol beelden,’ zegt hij.
De rijkdom van vrijheid
Het huis wordt atelier. Eerst langzaam, later steeds nadrukkelijker. ‘De werkplaats wordt groter, het woongedeelte kleiner,' zegt hij lachend. ‘Maar zolang ik nog ergens een plekje heb om te zitten, vind ik het best.' De eerste grote tentoonstellingen volgen, schilderijen geïnspireerd op Romeinse ruïnes in Libanon, later beelden in brons en giethars. Zijn werk wordt geëxposeerd in galeries, musea en beeldentuinen in Nederland en daarbuiten. Toch blijft het huis de kern. ‘Dit licht, deze ruimte, hier wil ik werken.'
