Loterij van Grootebroek, 1694 (Rijksmuseum)
Loterij van Grootebroek, 1694 (Rijksmuseum)

Loterij uit vervlogen tijd (6)

Algemeen

DELFT - In de voorgaande weken verhaalden wij over de Amsterdammer Rogier Laurensz. Die in Delft geld hoopte te verdienen met het organiseren van een loterij. 

Door Jeroen Stolk

Hij hoopte dat uitdraagsters Neeltge Goris en Tryn Rochus hem zouden helpen waardoor het voor alle betrokken partijen een win-winsituatie zou opleveren. Het liep voor hem anders dan gehoopt, want de dames hadden hem bedrogen. Je zou toch denken dat hij van zijn fouten had geleerd, maar niets bleek minder waar. Nooit zullen wij weten of het kwam door de gladde tong van Tryn of de goedgelovigheid van de Amsterdammer, feit is dat de twee vrouwen opnieuw het vertrouwen van Rogier Laurensz wisten te winnen. Zij overtuigden de man ervan dat zij alles in het werk zouden stellen om licenties, exclusief voor hem, bij andere steden los zouden peuteren. De naïeve Laurensz. kreeg lichte argwaan toen hij zag hoe zijn concurrent Cornelis Jansz. uit Leiden de woning van Neeltge Goris verliet. Toen hij de vrouw naar de reden van diens bezoek vroeg bezwoer zij hem dat elk nieuw octrooi naar Laurensz zou gaan. Rogier Laurensz slikte het opnieuw als zoete koek. Maar ook nu bleek Neeltge’s woord van nul en generlei waarde want toen Neeltge en haar kompaan in 1622 kans zagen de licentie voor een loterij in Delft te verwerven, viste Laurensz wederom achter het net. Het tweetal had namelijk besloten de organisatie zelf ter hand te nemen. Zij deden dit samen met een Delftse zilversmid. Het toeval wil dat diens naam “Brugman” verwees naar de spraakvaardigheid van Tryn Rochus. En Neeltge Goris? Zij was niemand minder dan de grootmoeder van Delfts grootste kunstschilder: Johannes Vermeer. Het leven is een loterij werd eerder gepubliceerd in het eerste deel van de boekenreeks ‘Delft anders bekeken’.