
Toerisme in Delft: kans of bedreiging voor cultureel erfgoed?
De grachten, kerken en oude gebouwen van Delft vertellen samen over een rijk verleden. Het erfgoed van Delft is van onschatbare waarde en trekt jaarlijks honderdduizenden bezoekers. Kan Delft het erfgoed beschermen en zorgen dat toerisme de stad niet schaadt?
Door Leonie Kapiteyn
Twee Amerikaanse dames stoeien met een plattegrond van Delft. Ze zijn net aangekomen met de trein vanuit Amsterdam en willen een dagje genieten van de architectuur en de kunst van Johannes Vermeer. "We gaan eerst de Nieuwe Kerk bekijken, we zijn dol op de geschiedenis hier. Dit hebben we niet in Amerika. We love it here,” jubelen ze enthousiast. Verderop staat een groepje studenten uit Oberhausen op een brug foto’s te maken. Ook zij zijn voor de bijzondere architectuur naar Delft gekomen. Hun docente, Kristin Petsang, vertelt dat ze deze dag zorgvuldig heeft gekozen omdat het de mooiste dag van de week is en ze haar studenten de sfeer van de stad optimaal wil laten beleven. “Zelf kom ik al jaren graag naar Delft vanwege de architectuur en de mensen. Ik hou ervan om de oude gebouwen te bezoeken en me te laten verrassen door het interieur.”
Delft en haar erfgoed trekt veel bezoekers, maar deze aantrekkingskracht brengt ook uitdagingen met zich mee. Wereldwijd worstelen historische steden met de vraag hoe de balans tussen erfgoedbehoud en toerisme te bewaren. De historische stad Venetië laat zien wat er mis kan gaan. Miljoenen toeristen leiden tot slijtage van gebouwen en verdrijven bewoners door hoge huizenprijzen. Ook in Nederland, zoals in Amsterdam en Giethoorn, voelen bewoners de druk van toerisme. Als een stad in handen komt van bezoekers, kan het karakter verloren gaan. Toerisme kan een stad overnemen en ook voor Delft bestaat dat risico.
Economische motor
Delft trekt jaarlijks zo’n 600.000 bezoekers. De meeste bezoekers komen om de historische bezienswaardigheden te bewonderen, zoals de Oude en Nieuwe Kerk en het Prinsenhof. Deze monumenten vormen de kern van het culturele erfgoed van de stad. Bezoekers komen niet alleen voor de geschiedenis, maar ook voor de sfeer die Delft uitstraalt. Een sfeer die onlosmakelijk verbonden is met het historische karakter van de stad.
In de Visie Toerisme Delft 2030, het koersdocument waarin de strategie voor de bezoekerseconomie in Delft uiteengezet wordt, zijn vijf speerpunten geformuleerd die bijdragen aan een ‘evenwichtige, robuuste en verantwoorde bezoekerseconomie’. Eén van die speerpunten is het behoud van een kwalitatief hoogwaardig cultuuraanbod en erfgoed. Dat geeft aan hoe belangrijk het voor Delft is om het erfgoed te behouden, terwijl tegelijkertijd wordt ingezien dat dit erfgoed een economische waarde heeft.
Toch kan de bezoekerseconomie een tweesnijdend zwaard zijn. Aan de ene kant brengen bezoekers geld in het laatje, waarmee het behoud van erfgoed gefinancierd kan worden. Aan de andere kant kunnen grote aantallen bezoekers ook druk uitoefenen op infrastructuur en monumenten. Er bestaat geen afdoende methode om impact op erfgoed te meten. Daardoor zijn er geen concrete cijfers, maar het is duidelijk dat grote bezoekersaantallen hun tol kunnen eisen. Denk aan versleten trappen, beschadigde stenen of de druk op infrastructuur.
De ‘APK-keuring’ voor monumenten
Leo Bredie is inspecteur bij Monumentenwacht Zuid-Holland en voert sinds 1989 inspecties uit aan monumenten, ook in Delft. "Wat wij doen, is eigenlijk een soort APK-keuring voor monumenten," vertelt hij. "We controleren gebouwen van nok tot kelder en geven advies wat er aan onderhoud moet gebeuren. Deze inspecties zijn essentieel voor het behoud van monumenten, omdat ze helpen om achterstallig onderhoud te voorkomen.”
Bredie ziet bezoekers aan Delft niet als de grootste bron van schade aan monumenten. "Monumentale bruggen bijvoorbeeld hebben veel meer te lijden onder vrachtwagens dan onder toeristen die eroverheen wandelen" legt hij uit. "Natuurlijk kan een trap sneller slijten als er dagelijks duizenden mensen overheen lopen, maar dat is ook een natuurlijk gevolg van gebruik. In openbare monumenten zien we op minder bewaakte plekken nog wel eens dat mensen schade toebrengen door hun naam in een muur te krassen. Dat herstellen is lastig, want een maand later staat er weer een nieuwe naam. Ik vrees dat je het niet tegenhoudt, maar het is natuurlijk niet wat je wilt voor een monument."
Toegang met een prijs
Nyncke Graafland-van den Berg, directeur van de Oude en de Nieuwe Kerk in Delft, ziet het behoud van erfgoed als een zaak van wederkerigheid. "Juist doordat de gebouwen bezocht worden en mensen hiervoor een kaartje kopen, kunnen we de Oude en de Nieuwe Kerk in stand houden," legt ze uit. "De kerken staan hier al meer dan 750 jaar en zijn altijd intensief gebruikt. Eeuwen geleden waren er dagelijks veel meer mensen in de kerken dan nu. Het gebruik door bezoekers is niet nieuw, het heeft altijd bestaan. We hebben betalende bezoekers echt nodig om deze historische gebouwen te kunnen behouden."
Graafland stelt dat het voor een kerkelijke gemeenschap financieel onmogelijk is om gebouwen in stand te houden zonder extra inkomsten. De subsidies vanuit de overheid voor het behoud van monumenten zijn afgenomen, waardoor kerkelijke instellingen creatieve manieren moeten vinden om fondsen te werven. Entreegeld vragen is één van die manieren. Zonder deze inkomsten zou het behoud van kerken en andere monumenten in de toekomst steeds moeilijker worden.
"Als je wilt dat hier over 100 jaar nog een kerk met een toren staat, moet je manieren vinden om voor financiële middelen te zorgen. Wij doen dat met betalende bezoekers," vervolgt Graafland. Andere kerken kiezen voor commerciële evenementen, zoals feesten en congressen, maar dat is volgens haar niet de juiste weg. "Een kerk is een plek van stilte en gebed. Wij willen die rust bewaren en tegelijkertijd zorgen dat mensen kunnen blijven genieten van het erfgoed."
Moderne aanpassingen
De Oude en de Nieuwe Kerk ontkomen niet aan moderne behoeften. Zo zijn er plannen om de Nieuwe Kerk aan te passen. Deze zal worden voorzien van extra toiletten en een goed uitgeruste keuken met stromend water. Ook worden aparte ruimtes gecreëerd om meerdere activiteiten tegelijkertijd te kunnen organiseren. Dergelijke aanpassingen zorgen ervoor dat de kerk haar functie behoudt als plaats voor religie, cultuur en toerisme.
"Als de kerk niet meer bruikbaar is, dan zijn we alleen nog maar eigenaar van een heel duur gebouw," legt Graafland uit. “Het gaat erom dat deze historische gebouwen niet alleen museale waarde hebben, maar ook functionele ruimtes blijven die kunnen worden gebruikt door de gemeenschap en de bezoekers.”
Volgens Bredie van Monumentenwacht Zuid-Holland hoeven verbouwingen geen bedreiging te vormen voor monumenten, mits ze zorgvuldig worden uitgevoerd. "Monumenten passen zich altijd aan de tijd aan. Denk aan de introductie van elektriciteit en gas, dat was er niet toen de meeste monumenten werden gebouwd," zegt hij. "Nu ligt de focus op verduurzaming. Binnen de mogelijkheden van het monument, kan dat het monument alleen maar ten goede komen."
Gemeentelijke investeringen
De bezoekerseconomie is een belangrijke pijler onder de economie van Delft. Frank van Vliet, wethouder Klimaat, Cultuur en Openbare ruimte met ook erfgoed in zijn portefeuille, legt uit dat het cultureel erfgoed van de stad een belangrijke aanjager is. “Omdat we heel goed zorgen voor ons erfgoed komen bezoekers graag naar de stad. We steken als gemeente veel geld in het onderhoud van straten, bruggen en monumenten en zorgen met elkaar dat de stad er mooi bij ligt. Ook veel huiseigenaren en ondernemers investeren in hun monumentale panden. Dat houdt de stad aantrekkelijk en dan gaat de bezoekerseconomie draaien. Het geld dat we hiermee binnenkrijgen kunnen we investeren in de stad.”
De toeristenbelasting die wordt geïnd, wordt gebruikt voor het onderhouden van de stad. Een deel ervan gaat naar het onderhoud van monumenten. Op initiatief van de gemeente wordt bijvoorbeeld museum Prinsenhof verbouwd. Van de begrootte 38 miljoen euro voor de gehele verbouwing, komt 18 miljoen uit de zak van de gemeente.
Meer dan economische waarde
Door uitsluitend met een economische bril naar erfgoed te kijken, zou je kunnen stellen dat we het erfgoed tekortdoen. Wat te denken van de culturele waarde die het biedt; het geeft inzicht in wie we zijn en waar we vandaan komen. Erfgoed creëert een gevoel van gemeenschap en verbondenheid en versterkt onze (lokale) identiteit en trots. Onderschat ook de esthetische waarde niet; schoonheid van kunst en architectuur heeft op veel mensen een louterende werking. Volgens de mensen die op die manier naar erfgoed kijken is het belangrijk om naast de economische aspecten, de menselijke waardes die erfgoed biedt niet uit het oog te verliezen.
Tot slot
In Venetië heeft het gebrek aan toeristische regulering lange tijd geleid tot overbelasting van de stad, met als gevolg schade aan erfgoed en verdringing van bewoners. Pas recent zijn maatregelen zoals toegangskosten en beperkingen op groepsgroottes ingevoerd om deze problemen aan te pakken. Delft heeft al vroegtijdig ingezet op een balans tussen toerisme en erfgoedbehoud. Het hanteren van een passende prijs voor het gebruik van erfgoed, samen met een duurzame samenwerking tussen de gemeente, toeristische sector en bewoners, zijn positieve stappen richting behoud. Het is belangrijk om die balans te blijven bewaken. Erfgoed is meer dan een toeristisch uithangbord en inkomstenbron; het is een essentieel onderdeel van de identiteit van Delft en de Delftenaren.
Dit artikel is mede mogelijk gemaakt met financiële steun van het Mediafonds Delft.
