
Willy Broeckhuijsen
DELFT – In een klein, opkomend deel van Delft in de jaren '70 begon het avontuur van Henk en Willy Broeckhuijsen, dat hun stempel drukte op de wijk met hun snackbar ‘Paviljoen’. Deze locatie groeide al snel uit tot een belangrijk sociaal middelpunt, waar buurtbewoners niet alleen voor eten kwamen, maar ook om verhalen te delen en steun te vinden. Henk en Willy begonnen hun snackbar zonder grote plannen, maar het groeide uit tot een belangrijke plek in Delft.
Door Doris Steijger
Grijp je kans
Henk en Willy ontmoetten elkaar in Delft. De vonk sloeg over en zo begon hun relatie, die later zou leiden tot een langdurig huwelijk. ‘Ik was 17 en hij was 18 toen we trouwden. We moesten zelfs toestemming vragen aan de koningin omdat we zo jong waren,’ vertelt Willy lachend.
De start van hun snackbar kwam voort uit een voorstel van een oud-olympiër en gewichtheffer, Piet van der Kruk. ‘Hij vroeg of het niets voor mij was om een snackbarretje te beginnen in het Rode Dorp,’ herinnert Willy zich. ‘Er was daar helemaal niks, de flats waren nog in aanbouw.’ Hoewel het idee niet direct voor de hand lag, zagen Henk en Willy mogelijkheden. Ze begonnen hun snackbar in een kleine caravan, zonder verwarming. ‘In de winter was het steenkoud, we hadden geen kachel, maar het was een begin.’
Een drukke start
De snackbar van Henk en Willy werd al snel een groot succes, veel groter dan ze hadden verwacht. ‘Op de eerste dag verkochten we 400 kilo patat,’ vertelt Henk trots. ‘Het was zo druk dat de politie het verkeer moest regelen. Mensen namen een patatje, sloten weer achteraan en haalden nog een zakje.’ Voor slechts een kwartje per patatje stond de rij constant vol. De overweldigende drukte zorgde ervoor dat hun vriend, Henk Verbergen, die de eerste dag hielp, al snel aangaf dat het te zwaar was. ‘Hij zei: "Ik houd het niet meer vol, ik stop ermee," en dat na een dag!’ Na deze intense eerste dagen gingen Henk en Willy zelf ook kruipend de trap op.
In de jaren die volgden, groeide de snackbar uit van een caravan tot een permanent stenen gebouw. De snackbar werd steeds meer een sociaal middelpunt voor de buurt. ‘Iedereen kwam bij ons praten,’ zegt Willy. ‘Het was niet alleen een plek om eten te halen, maar ook een plek waar mensen hun verhalen kwamen delen.’
Een sociaal middelpunt
Wat begon als een plek om snel een patatje te halen, groeide al snel uit tot een sociaal centrum voor de buurt. Willy, altijd voorin bij de toonbank te vinden, luisterde naar de verhalen van klanten. ‘Ze werd op een gegeven moment de psychologe van de buurt eigenlijk,’ zo zegt haar man Henk.
Henk en Willy kregen een sterke band met de buurtbewoners, die ze vaak hielpen op manieren die verder gingen dan alleen het serveren van snacks. Willy herinnert zich een keer dat een kind vroeg om eten voor zijn gezin omdat hij honger had. ‘Ik vroeg hoe zijn vader en moeder heetten, maar die kende ik niet. Dus gaf ik hem gewoon een patatje en frikandel en zei: "Laat je ouders zelf maar komen." Je kunt niet iedereen helpen, maar soms moet je gewoon iets doen.’
De snackbar fungeerde ook als een plek waar jongeren uit de buurt terechtkonden voor steun en advies. ‘Als er eentje stoer deed, haalde ik hem apart,’ zegt Willy. ‘Ik zei dan: "Als je je niet gedraagt, krijg je vier jaar lang geen patat meer." Dan werden ze wel poeslief.’ Deze aanpak zorgde ervoor dat Henk en Willy respect afdwongen bij de jongeren. ‘Ze waren altijd netjes en deden geen gekke dingen bij ons.’
Na jaren van hard werken en een sterke band met de gemeenschap, besloten Henk en Willy in 2004 om de snackbar te verkopen. Het was een emotioneel moment, maar ze kijken met trots terug op wat ze hebben bereikt. ‘We hebben altijd met plezier gewerkt en veel mensen blij gemaakt,' zegt Willy.
