Het stadhuis omstreeks 1880, Stadsarchief Delft, afd. Beeld en geluid
Het stadhuis omstreeks 1880, Stadsarchief Delft, afd. Beeld en geluid

Gangenstelsel onder Delft deel 7

DELFT - De afgelopen weken publiceerden we enkele getuigenverklaringen van personen die het gangenstelsel onder onze stad betreden zouden hebben. De laatste van hen die verslag deed was de heer Morre. Dit deed hij in 1918 maar zijn verhaal speelde zo’n 30 jaar eerder. Hij beschreef zijn avontuur in een gang die van het Barbaraconvent naar het Prinsenhof zou lopen. Deze week verhaalt hij over een tweede onderzoek dat hij verrichtte, namelijk naar een gang van het stadhuis richting Nieuwe Kerk.

Door Jeroen Stolk

Morre had van meerdere Delvenaars gehoord dat er een geheime martelkamer onder het midden van de Markt geweest moest zijn. Hierover schrijft hij: “Zelfs heb ik een verhaal gehoord, dat in dat ijselijke vertrek moest gestaan hebben een ijzeren beeld met uitgespreide armen. De misdadiger werd dan tusschen die metalen armen geplaatst, het geheele beeld gloeiend heet gemaakt en door een kunstig aangebracht mechaniek zou dan de ijzeren man den veroordeelde langzaam maar zeker in eene helsche omarming tegelijk verschroeid en doodgedrukt hebben ”. Aanvankelijk leverde het onderzoek van G. Morre door de smalle gangetjes onder het stadhuis weinig op, tot…: “Na alles zorgvuldig bekeken en met onze electrische lantarens nauwkeurig geïnspecteerd te hebben, kwamen we weer terug bij het punt van den aanvang, namelijk den veelhoekigen kelder onder de bodenkamer welke thans minutieus onderzocht werd. Ja waarlijk, aan het uiterste einde van dezen kelder, in den linkerhoek, ontdekten we een blijkbaar reeds lang dichtgemetseld laag poortje. Sporen van gaten der scharnieren, waaraan eenmaal eene deur bevestigd was geweest, waren nog aanwezig. Zou dit niet kunnen wijzen op een tunnel welke naar de markt voerde? Het is best mogelijk dat eenmaal blijken zal dat die onderaardsche gang naar het midden van het marktveld en zelfs eindigende ter plaatse van de Nieuwe kerk, naar het rijk der fabelen te moeten verwijzen. Doch het bestaan van eene dergelijke gang is op dit oogenblik óók niet weggeredeneerd”.