Rob Notenboom staat weer in DHC 1, maar helemaal zeker is hij nog niet van z'n zaak

Rob Notenboom aan het trainen, afgelopen donderdagavond: "Maar het gaat om de wedstrijden".

DELFT – DHC-aanvaller Rob Notenboom is nog maar 23, maar hij heeft als voetballer-op-niveau toch al aardig wat meegemaakt. Ook (en misschien wel vooral) dit seizoen. Want hij mag dan de laatste paar wedstrijden weer deel uitmaken van DHC's eerste elftal, het grootste deel van de eerste competitiehelft was hij toch op de reservebank te vinden.

Hooguit mocht hij invallen. Dat, daar maakt hij geen geheim van, zinde hem maar matig. "Als je vier, vijf jaar een vaste waarde bent in het eerste, er komt een nieuwe trainer en je staat er dan niet altijd meer in, dan is dat merkwaardig, verrassend en teleurstellend".
 
-Heb je daar veel last van gehad?
"Eigenlijk wèl, ja. Je bent het niet gewend dat je er niet altijd instaat. Ik kon er moeilijk mee omgaan. Het is je hobby. Ik vind het leuk om te voetballen. Als je er dan niet instaat, wordt je humeur er niet beter op. Je traint heel de week, je probeert de trainer te laten zien dat je er wèl in moet staan en als dat dan niet gebeurt, is dat wel frustrerend, ja". 

-Ben jij zo'n speler die per se in een eerste elftal wil en moet spelen?
"Ik zal je zeggen: ik heb dit seizoen één wedstrijd in het tweede gespeeld. Een Bekerwedstrijd, in de voorbereiding. Ik vind dat ik wèl het niveau voor het eerste had. Ik heb ook een goeie voorbereiding gehad. Als je zelf vindt dat je goed genoeg bent voor het eerste en je staat er niet in, dat is heel vervelend. Als anderen beter zijn, dan heb ik daar vrede mee. Maar dat gevoel had ik dus niet". 

Notenboom was dan weliswaar het grootste deel van de eerste seizoenshelft geen basisspeler, hij was er wel altijd bij, bij het eerste. En hij viel ook regelmatig in. Toch weet hij: "Er is best wel een behoorlijk verschil tussen het eerste en het tweede. Niet alleen qua niveau en conditioneel, maar ook qua entourage". 

Hij dwaalt weer even af naar de voorbereiding op dit seizoen. "Ik liep één op één, qua doelpunten. Maar toen de officiële wedstrijden kwamen zat ik op de bank. Ja, ik ben de trainer gaan vragen naar de reden. Hij zei dat het een soort tactische beslissing was. Ik heb hem ook gevraagd of er punten waren waarop ik me moest verbeteren. Maar hij zei dat ik goed bezig was. Dat gevoel had ik zelf ook wel. Dat ik dus m'n normale niveau wel haalde, die bevestiging kreeg ik ook. Maar voor de rest kon ik er weinig mee". 

-De laatste wedstrijden sta je er weer in. Heb je nu het gevoel dat je je basisplek weer terug hebt?
"Nee, dat gevoel heb ik nog niet. Het heeft, denk ik, tijd nodig om dat gevoel weer te krijgen. Nee, voor mijn zelfvertrouwen maakt dat niet veel uit. En ik speel nu ook niet onder extra druk. Juist nièt. Ik heb nu juist iets van: ik heb tóch niks te verliezen. Als ik doe wat ik normaal doe, hoor ik erin en ben ik zelfs een meerwaarde. Als ik geforceerd zou gaan doen, denk ik dat dat alleen maar averechts werkt. Je moet ook niet alleen aan jezelf denken en met jezelf bezig zijn, je moet ook in het belang van het team denken. Als je gaat piekeren als je twee ballen verkeerd raakt, dan gaat dat juist tegen je werken. Ik heb wèl het idee dat ik nu meer in de plannen van de trainer vóórkom. We hebben nu ook meer contact". 

-Is voetballen minder leuk als je niet in één staat?
"Ja. Het neemt wel een stuk plezier weg. Trainen is leuk, maar het gaat om de wedstrijden. Daarin wil je laten zien wat je kan". (PB)


Download de laatste krant!

Energieweg 3
2627 AP Delft

T: 015 - 214 39 12

Meer berichten
 
CustomHtml_1