‘Omdat het zo’n hecht team is, gaan de spelers elke wedstrijd tot het uiterste’
Barry Duijndam verdedigt ook het komende seizoen weer het doel in het eerste team van handbalvereniging DIOS.
DEN HOORN – Barry Duijndam staat normaal gesproken ook het komende seizoen weer onder de lat in het eerste team van handbalvereniging DIOS uit Den Hoorn.
De 24-jarige sluitpost voelt wel de concurrentie van de negentienjarige Yannick Pico, die in het tweede team het doel verdedigt. Concurrentie tussen de doelmannen is goed, omdat ze op deze manier scherp blijven. Duijndam noemt zichzelf een lenige keeper met snelle reflexen. “Ik kan heel snel in een hoek komen”, zegt hij. “Yannick is juist een grote, forse keeper, die het goal heel klein kan maken. Natuurlijk proberen we allebei in het eerste te staan". Vóór het seizoen wordt op basis van de trainingen en de prestaties door de keeperstrainer en hoofdtrainer besloten wie er in de hoofdmacht gaat spelen. “Vorig seizoen was ik dat en ik ga ervan uit dat dit nu weer zo is.”
De keepers van DIOS krijgen wel te maken met een nieuwe keeperstrainer. De trainingen stonden vorig seizoen nog onder leiding van Theo Haak, waar Duijndam heel veel van geleerd zegt te hebben. “Vooral op het gebied van analyseren en uittekenen van tegenstanders”, zegt hij. “De nieuwe keeperstrainer heet Marcel Luis, een oud-keeper op eredivisieniveau.”
Barry Duijndam doet al sinds zijn twaalfde aan handbal. Hij stroomde destijds in bij de C-jeugd. Toen hij in de B-jeugd kwam te spelen, ontstond er in dat team een keepersprobleem. Toen is hij een aantal wedstrijden op doel gaan staan en die positie beviel hem goed. Hij is daar dus altijd blijven staan. “De meeste spelers van het eerste team zijn al vanaf de mini’s bij elkaar. De spelers zijn dus heel goed op elkaar ingespeeld. Ik ben later gaan handballen. Ik deed aan judo, maar wilde ook graag een teamsport gaan doen. Via mijn familie ben ik toen deze sport ingerold, mijn vader en oom waren destijds internationaal handbalscheidsrechter.”
Je moet wel lef hebben om handbaldoelman te zijn. De spelers van de tegenstander komen soms wel tot een meter vóór je. “Je moet dus niet bang zijn. Je moet je er helemaal voor durven gooien. Bij een handbalwedstrijd krijg je als doelman natuurlijk veel ballen om je oren. Als je vijftig schoten op doel krijgt en je pakt daarvan 50 procent, dan heb je het goed gedaan. Als keeper kun je de wedstrijd dus bepalen.”
Een heel kenmerkend onderdeel van de handbalsport is de strafworp. Van een korte afstand kan een speler van de tegenstander de bal in het doel proberen te gooien. Als keeper kun je zo’n strafworp op twee manieren tegemoet treden. “Je kunt er voor kiezen op de lijn te blijven staan, maar je kunt ook ten hoogste vier meter naar voren komen”, legt Duijndam uit. “Zelf blijf ik meestal op de lijn staan, omdat ik het vooral van mijn reflexen moet hebben. De ene wedstrijd hou ik er meer strafworpen uit dan de andere wedstrijd. Bij handbal wordt trouwens ook veel doorgewisseld. Als het even niet goed gaat met de ene keeper mag de andere keeper bijvoorbeeld proberen een strafworp eruit te houden.”
Barry Duijndam is iemand die altijd wil winnen. Bij het hele eerste team van DIOS is dat nogal eens het geval. “Omdat het zo’n hecht team is, gaan de spelers elke wedstrijd tot het uiterste. Ook bij de oefenwedstrijden. Mijn bijzonderste prestatie was tijdens het NK Veld een maand of drie geleden. Toen kreeg ik in één helft maar drie tegendoelpunten.”













