De Smart is een stukje huiselijker dan voorheen
Als je de wijzigingen aan de Smart op een rijtje zet, kom je tot de conclusie dat het vooral het interieur is dat de meeste aandacht heeft gekregen. Misschien ook wel terecht, want een Smart is toch een beetje ‘premium’ en daar hoort geen hard plastic bij.
In de basisuitvoering Pure krijg je dan nog niet eens het mooiste dashboard. Toch ziet het er netjes uit en het voelt ook zo. Koop je de Pulse, dan bekleedt Smart niet alleen de bovenkant van het dashboard met stof, maar ook de stootrand onder en de deurpanelen. Fijn is dat de tweedelige achterklep nu met één hand te openen is. De twee inzittenden en hun bagage hebben de ruimte, maar een achterbank is er dus niet. Dat de Smart in zijn twaalf jaar een transitie heeft gemaakt van basic stadsauto naar luxe hebbeding zie je terug in de aanwezigheid van een geïntegreerd navigatiesysteem. Het is een unit à la Connect van Nissan, dus de radio en de bediening van externe muziekspelers zitten erin geïntegreerd. Je vindt je weg makkelijk door het menu met grote knoppen op het aanraakscherm. Met dank aan de Amerikaanse markt heeft Smart nu ook cruisecontrol beschikbaar. Eveneens nieuw is een ’surround sound’-systeem. Smart biedt een setje aan om een iPhone aan de auto te koppelen, compleet met een app, zodat je bijvoorbeeld internetradio kunt luisteren.
Smart heeft de driecilinder benzinemotortjes nog wat extra zuinigheid ontlokt, waardoor de 52 kW sterke variant (de populairste in Nederland volgens de importeur) nu 4,2 l per 100 kilometer verbruikt of 97 gram per kilometer gerekend in kooldioxide. Nog altijd krijg je bij Smart altijd een geautomatiseerde handgeschakelde vijfversnellingsbak, ofwel schakelen zonder koppelen.













