Tien vragen aan Trude Gerritsma
De Delftse Trude Gerritsma ontving vorige week de Gouden Broche van de Koninklijke Vereniging van het Boekenvak opgespeld. De 59-jarige eigenaresse van Boekhandel De Omslag denkt nog lang niet aan stoppen.
1. Waarom wilde je per se in je boekhandel aan de Wijnhaven worden gefotografeerd?
“Omdat dit de leukste plek van Delft is.”
2. Hoe is jouw werk als boekhandelaar veertig jaar geleden begonnen?
“Het begon als bijbaantje. Tijdens m’n studie ben ik bij de Arbeiderspers aan de Oude Delft gaan werken. Op een gegeven moment hield m’n baas ermee op, hij vroeg toen of ik filiaalhouder wilde worden. Ik dacht: Afstuderen kan altijd nog. Maar ik vind het vak zó leuk dat ik het ben blijven doen. Sindsdien zit ik onafgebroken in het vak en m’n studie heb ik nooit meer afgemaakt. Met Boekhandel De Omslag zit ik nu 24 jaar op deze locatie.”
3. Had je als kind al iets met boeken?
“Ja. Ik kon al lezen toen ik vijf jaar oud was. Vroeger kon je bij de bieb voor een dubbeltje een boek lenen, dat was in die tijd veel geld. M’n broer en ik gingen daarom altijd op de stoep, bij de bibliotheek voor de deur, een boek lezen. Na een uur brachten we het weer terug. De juf die daar werkte vond het jarenlang goed dat we dat deden. Ik denk dat ze het ontzettend grappig vond.”
4. Wat vind je zo mooi aan het vak van boekhandelaar?
“De combinatie van het leven tussen de boeken en het contact met mensen, een mooiere combinatie kun je je niet wensen. Verder vind ik het leuk om bezig te zijn met literatuur.”
5. Wat is zo bijzonder aan boeken?
“Een boek is helemaal van jou. Het is een soort tv in je hoofd, waar je je eigen figuren kunt maken. Er is niks lekkerders dan in een luie stoel met een prettig boek te zitten. Een boek ruikt bovendien zo lekker.”
6. Wat was de vreemdste klant die je in veertig jaar in je zaak hebt gehad?
“Er komen hele leuk en hele rare mensen. Het ergste dat ik meemaakte was met iemand die hier vaak kwam. Ik stond met ‘m te praten en toen hij weg was miste ik een boek. Ik wist het zó zeker dat ik hem de rekening stuurde. Binnen vijf dagen had hij de rekening betaald, daarna kwam hij nooit meer. Waarschijnlijk had ‘ie nog wel meer boeken gepikt. Maar ik maak ook hele leuke en lieve dingen mee. Van de week kreeg ik nog een bos bloemen, omdat ik iemand een bepaald boek had aangeprezen. Hij had zó van dat boek genoten dat ‘ie bloemen voor me had gekocht. Onzettend leuk.”
7. Als ik Burgemeester van Delft was, dan...
“... zou ik zorgen dat er meer mensen naar het centrum komen. Bijvoorbeeld door voor een betere bereikbaarheid te zorgen en weer een bus naar de Markt te laten rijden. We hebben zó’n mooi centrum, maar er lopen alleen toeristen. Verder zou ik, als ik Burgemeester was, minder vergunningen voor keiharde muziek verstrekken.”
8. Wie zou je in je zaak nog wel eens over de vloer willen hebben?
“Ik zou de Japanse schrijver Haruki Murakami nog wel eens willen ontmoeten, ik ben ontzettend fan van die man. Zijn verhalen zijn heel gek en bizar. Een beetje surrealistisch, maar ook heel geestig.”
9. Wat betekent de Gouden Broche voor jou?
“Veel. Ik vind het heel bijzonder dat ik ‘m heb gehad en ik vind het heel leuk dat eraan is gedacht. Het mooie is dat ik dit vak nog steeds verschrikkelijk leuk vind. Ik heb helemaal geen zin om te stoppen.”
10. Hoe bijzonder is het om veertig jaar boekhandelaar te zijn?
“Het is heel honkvast werk. Eens in de boekhandel, altijd in de boekhandel!” (JN)













