Een Nachtburgemeester? Als het maar een echte Delvenaar is…
Sabine den Dunnen, Jan Hendrik Rothfusz, Anna Krul, Frans Noordhuizen, Sonja Schuiten en Gerard Koene praten op het terras van De Carrousel aan de Oude Delft over de Nachtburgemeester van Delft-verkiezing. (foto: Jesper Neeleman)
DELFT – Een aantal steden hebben al een Nachtburgemeester, maar Delft nog niet. Daar moet, als het aan de krant Delft op Zondag ligt, dit jaar verandering in komen.
Wat vinden de stamgasten van Delftse cafés ervan dat er initiatieven worden ontplooid om Delft aan een Nachtburgemeester te helpen? Deze week zijn het de vaste klanten van Eetcafé de Carrousel aan de Oude Delft die laten weten hoe ze erover denken.
In De Carrousel treffen we, na overleg met eigenaren Charlotte en Fred den Dunnen, drie stamgasten aan die zeer regelmatig bij hen over de cafévloer komen. Een verkiezing voor een Delftse Nachtburgemeester vinden Jan Hendrik Rothfusz (61), Anna Krul (63) en Frans Noordhuizen (65) alle drie wel leuk, al plaatsen ze er ook kun kritische kanttekeningen bij. “Het idee is leuk, het is helaas alleen niet origineel. Maar dat is ook moeilijk tegenwoordig”, zegt Rothfusz erover. Noordhuizen vindt het eveneens wel een leuk idee. “Maar”, vraagt hij zich ook af, “wat is het nut van een Nachtburgemeester?”
- Die vraag wilde ik jullie stellen. Wat zou een Nachtburgemeester volgens jullie kunnen betekenen?
Rotzfusz: “Je moet het woord Nachtburgemeester, denk ik, niet al te letterlijk nemen. Het is meer een soort alternatieve Burgemeester die zegt wat de burger van bepaalde zaken denkt. Hij zou er bijvoorbeeld iets van kunnen zeggen dat horeca-ondernemers extra moeten betalen om tv-schermen neer te mogen zetten.”
Krul: “Hij had er ook voor kunnen pleiten om zondag een groot tv-scherm op de Markt te zetten, het uitgaanspubliek zou daar heel blij mee zijn geweest.”
Rothfusz: “Een Nachtburgemeester staat dichter bij de burger en kan meer verwoorden meer wat zij ervan vinden.”
Krul: “Een Nachtburgemeester kan mensen vragen wat ze leuk of belangrijk vinden in de horeca.”
Rothfusz: “De donderdagse weekmarkt was dertig jaar geleden druk en leuk, momenteel is het niks meer. De horeca-ondernemers op de Markt moeten echter nog steeds elke donderdag hun terrassen weghalen.”
Noordhuizen: “Heb je daar een Nachtburgemeester voor nodig? Ik denk dat de Delftse afdeling van de Koninklijke Horeca Nederland een betere vinger in de pap heeft.”
Rothfusz: “De Kamer van Koophandel kan er ook wat aan doen. Maar goed, er gebeurt nu geen ene ruk. De Nachtburgemeester-verkiezing is een ludiek plannetje, laat hij maar wat concreets teweegbrengen.”
- Zijn er dingen die anders of beter kunnen in het Delftse nachtleven?
Noordhuizen: “Van mij hoeft er weinig te veranderen. Ik vind het perfect zoals het nu is.”
Krul: “Misschien dat er iets moet komen waar zestigers kunnen dansen. We missen nog steeds De Malle Molen. Maar verder voel ik me altijd veilig hier. Delft is een prettige stad.”
- Zien jullie zo’n verkiezing meer als geinige flauwekul, of denken jullie dat een Nachtburgemeester wel degelijk iets kan betekenen?
Noordhuizen: “Ik zie het als geinige flauwekul. Ik heb het idee dat een Nachtburgemeestr weinig kan doen.”
Krul: “Toen de eerste stukken in de krant kwamen werd ik door veel mensen gemaild dat ze het een te gek idee vinden.”
Noordhuizen: “Als het ter verbetering van iets is, dan moet het een invloedrijk persoon zijn die ook bij de Overheid wat teweeg kan brengen.”
Rothfusz: “Een Nachtburgemeester kan zaken opschudden. Misschien kan zo iemand een ander licht laten schijnen op het politieke gedoe.”
Frans Noordhuizen heeft, zo zegt hij aan het eind van het gesprek aan de Stamtafel, nog wel één belangrijke eis. De Nachtburgemeester moet volgens hem namelijk een rasechte Delvenaar zijn. En dat is wat anders dan een Delftenaar... (JN)













