Die Waterschapsverkiezingen zijn o zo belangrijk, maar ja, of die boodschap overkomt…
De kandidaten voor de Waterschapsverkiezingen gingen dinsdagmiddag in een collegezaal van de faculteit Civiele Techniek met elkaar in debat. Met van links naar rechts Pleun van der Ende, Gerard Dijkema, Guido van der Wedden, Astrid Janssen, Bart Canton en
DELFT – Zeven kandidaten namens zeven verschillende partijen gingen dinsdagmiddag, aan de vooravond van de Waterschapsverkiezingen, met elkaar in debat. Met een nog niet voor de helft gevulde collegezaal als decor konden ze nog één keer uitleggen waarom het Waterschap zo belangrijk is en waarom hún partij de beste keuze is.
Voordat het debat begint lopen de kandidaten de trappen van de collegezaal op en af. Ze delen flyers uit aan de plukjes studenten die langzaam binnen druppelen. “Hier, heb je er nog wat extra, ook voor je schoonmoeder en zo”, zegt één van de kandidaten als hij een student een stapeltje folders toestopt. Ook Pleun van der Ende, van de VVD, deelt zijn flyers uit. “Het is een hele leuke folder hoor, een aanrader. En je kan er ook vliegtuigjes van vouwen”, zegt hij met enig gevoel voor zelfspot.
Er wordt een film over het werk van het Waterschap gestart. De kandidaten zitten aan een lange tafel, vooraan in de collegezaal. Ze krijgen anderhalve minuut om zich voor te stellen en om zichzelf en hun partij te promoten. Saskia van Vuren van het CDA weet wel wat zij en haar partij willen. “Het CDA kiest voor het algemeen belang. We willen efficiënter werken, kosten verminderen en werk met werk maken.” Bart Canton, van de Partij voor de Dieren, onthult dat zijn partij voor duurzaamheid, mededogen en persoonlijke vrijheid staat. “En we zijn zeker geen one issue-partij”, benadrukt hij nog maar eens. Bij Astrid Janssen van de partij Water Natuurlijk staat veiligheid voorop. “En we staan ook voor kwaliteit van bestuur èn van natuur”, voegt ze eraan toe. Guido van der Wedden en zijn Algemene Waterschapspartij Delfland doen het anders. “Wij zijn een onafhankelijk partij van betrokken deskundigen, een afspiegeling van alle kennisgebieden. We hebben geen politieke kleur, want dat heeft water ook niet.” Als Gerard Dijkema namens de PvdA zijn zegje wil doen, roept een vrouw van de Sociaal Liberale Partij dat ze óók is gearriveerd. Na wat verbaasde reacties kan Dijkema beginnen. “We willen blijven investeren in veiligheid”, zegt hij. “En we willen dat de kosten voor de inwoners omlaag gaan en de kosten voor bedrijven omhoog.” Als laatste mag Pleun van der Ende van de VVD zijn zegje doen. “Wij vinden dat we een degelijk bestuur hebben met een nuchtere kijk op de samenleving.”
Onzichtbare organisatie
Het eerste deel van de discussie, die na deze korte introductie volgt, verloopt wat warrig. Als de kandidaten de vraag ‘Hoe zien jullie het Waterschap over tien jaar?’ voorgelegd krijgen, wordt er feller gedebatteerd. Bart Canton zegt namens de Partij voor de Dieren dat hij het Waterschap dan als een uitvoerende instantie ziet. “Het Waterschap heeft nu een gebrekkig democratisch gehalte. De verkiezingsopkomsten zijn dramatisch. We moeten die bureaucratische laag die zoveel kost weghalen.”
Het CDA is het daar ‘absoluut niet mee eens’. “Het Waterschap is juist een heel goed instituut”, zegt Van Vuren namens de Christen-Democraten. “Het is belangrijk dat er zo’n instituut is dat voor het water staat.” De Algemene Waterschapspartij kan zich daar wel in vinden. “En de dramatische verkiezingsopkomst was voor de EU ook geen reden om zichzelf af te schaffen”, voegt hij daar fijntjes aan toe. De PvdA komt terug op de vraag hoe ze daar het Waterschap zien over tien jaar. “Misschien zou dat die onzichtbare organisatie moeten zijn die haar taken goed uitvoert en die goed samenwerkt”, zegt Dijkema. Pieter-Jan Hofman, van de ChristenUnie, hoopt dat het Waterschap dan ook op educatief gebied bezig is en de kennis over het water meer uitdraagt. “En we kunnen alle ruimte maar één keer gebruiken. Doe dat verstandig en in overleg.”
Na nog een discussie over de Waterschapsbelastingen is het tijd voor wat vragen vanuit de zaal. Nicolet Geveke van de Sociaal-Liberale staat op. “Als je belastinggeld uitgeeft, dan moet je daar een goede reden voor hebben”, zegt ze. “Daar zijn de bestuurders van Delfland in het verleden nooit zo mee bezig geweest, de laatste jaren. We betalen hier 39 procent meer belasting dan de inwoners van Rijnland.” Als ze haar betoog heeft afgemaakt komt de discussieleider in actie. “Heeft u ook nog een vráág, mevrouw?”, vraagt hij. Die heeft ze niet, maar het punt is gemaakt.
Er volgden meer vragen. Over de belastingen, over interim-managers en over water uit de kraan. Er wordt ook nog gediscussieerd, maar om kwart voor twee is het toch echt tijd om het Lunchdebat te beëindigen. Van Vuren, van het CDA, had echter nog wel een aardige uitsmijter in petto. Terwijl de studenten in allerijl opstonden, hun spullen bijeen raapten en zich al op de gratis broodjes wilden storten, riep zij hen nog na: “Het maakt niet uit wát je stemt, áls je maar stemt!” (JN)













