Uw advertentie hier? Zegwaard Rioolontstopping Duruit, weg met de schilderkunst! Reiki een cadeautje voor jezelf...

Zoeken

Contact

Rodi Media zh bv
Koornmarkt 22
2611 EG Delft

Postbus 2949
2601 CX Delft

T 015 - 214 39 12
F 015 - 212 69 86

info@rodimedia-zh.nl

Jan Peter de Wit altijd maar negatief? Hij is juist heel positief. En hij krijgt nog vaak gelijk óók

DELFT – Natúúrlijk weet Jan Peter de Wit hoe er, in grote lijnen, over hem wordt gedacht. Dat menigeen hem een notoire kankerpit vindt, een chronische dwarsligger, een zich lang niet altijd politiek uitdrukkende politicus. Hijzelf ziet dat toch echt anders. Zoals hij veel dingen anders ziet.

"Overal tegen? Het is een kwestie van helder analyseren. Dan leg je vaak de vinger op zere plekken. Dát komt in de krant. Daardoor krijgen mensen het idee dat je overal tegen bent. Maar ik ben in 95 procent van de dingen juist vóór. Dat komt nièt in de krant. Ik ben juist niet negatief. Ik geef altijd aan hoe het beter zou kunnen. Wat de alternatieven zijn. En die halen vaak nièt de media". 

Jan Peter de Wit (48) groeide, tot z'n twaalfde, op in Den Haag. "Ik was een straatschoffie. Ik sprak ook plat Haags. Hagenezen hebben grote monden. Hebben het hart op de tong. Dat is bij mij dus nooit veranderd. Met Hagenezen moet je ook geen ruzie krijgen. Niet dat ik ga vechten of slaan of zo, maar het is wel zo". Hij ging, op z'n twaalfde, naar Ede. Naar de Middelbare School. Sterker: "Naar de Christelijke Middelbare School. Daar viel ik wel even op, ja. Ik was nogal vrijgevochten. Had dat Haagse accent. Als ik iets zei, lag iedereen dubbel". Hij vierde daar de ultieme vorm van vrijheid van godsdienst. "Ik hoefde niet naar de Godsdienstlessen. Als één van de weinigen. Ik hoefde ook nooit naar de weekopening en de weeksluiting. Kon ik eerder naar huis en later naar school. Dat was wel een aardig voorrecht wat ik als stadsjongen had". Hij maakte het Atheneum 'net niet' af. Ging in Arnhem naar de HTS. "Ik wilde Autotechniek studeren. Ik haalde altijd alles uit elkaar. Horloges, Solex'en, alles wat ik in m'n handen kreeg. Ja, ik was technisch". Hij ging in militaire dienst. Bij de Geneeskundige Dienst. Als tandarts-assistent. Nogal softerig, dus. Niettemin: "Militaire dienst was het keerpunt in m'n leven. Toen kwam bij mij naar boven dat ik niet tegen gezag kan. Ik had ruzie met commandanten, verschrikkelijk. Ik heb de hele boel op stelten gezet". Lacht: "Uiteindelijk belandde ik in het gevang". Spijt heeft hij nooit gekregen van zijn escapades in de wapenrok. Want: "Als je iets wilt veranderen, moet je dat van binnenuit doen. Ik was tegen de dienstplicht. Ik vind dat je als Overheid niet zo maar zestien maanden over iemands leven kan beschikken, tegen z'n zin. Maar mensen die niet in dienst gingen, vond ik laf. Ik vind dat je de vijand tegemoet moet treden. De vijand moet confronteren met jouw mening". 

Na z'n militaire dienst ging De Wit in Delft wonen en studeren. Energietechniek. "Dat had met kerncentrales te maken. Vond ik machtig interessant. Wilde van alles weten hoe het werkt. Toen ik klaar was met die studie bleek er weinig vraag te zijn naar kerntechnici. Nee, steenkolen interesseerden me niet zo…" Hij is toen gaan wielrennen. En niet zo zuinig ook. Die keuze had vooral ook met zijn gevoel voor vrijheid te maken. "Tot dan was mijn leven toch gelopen zoals mensen van me verwachtten. Ik zat in een traject dat door m'n ouders, m'n omgeving en de maatschappij was bepaald. Dat was ik een beetje zat. En ik werd gegrepen door het wielrenvirus". Zo kon hij de vrijbuiter uithangen. En de avonturier. "Ik ging overal fietsen, maar vooral in België. Reed wedstrijden, ook in Duitsland, Italië en Spanje. Op een gegeven ogenblik ben ik met een vriend naar Italië gegaan om daar professional te worden. Maar ik kreeg daar geen prijzengeld, maar prijzen in natura. Salamiworsten, reisjes, bekers. Maar geen geld. En op een gegeven moment was m'n geld op".

'IK KAN M'N MOND NIET HOUDEN'
Hij kon aardig fietsen, al zegt hij het zelf. "Ik ben een klimmer. Ik heb ook met iedereen gefietst. Met Michael Boogerd, met Axel Merckx, met Adrie van der Poel. En nog steeds voel ik me gelukkig als ik op m'n fiets zit. Eén keer per week fiets ik een rondje Hoek van Holland. Kom ik bijvoorbeeld Gerrit Solleveld tegen, toch een held uit mijn tijd". Hij fietste tot hij een jaar of twee-en-dertig was. "Toen was het over".
-Nooit doping gebruikt?
"Nee. Ik was, achteraf gezien, daar te eerlijk voor. Ik heb er nooit aan meegedaan, al ben ik genoeg in de verleiding gebracht. De meeste renners namen in het voorjaar testosteronspuiten. Ach, van een ezel kun je geen renpaard maken. Als ik die renners in de Tour de France die prestaties zie leveren, dat is eigenlijk onmenselijk. Dat kan niet naturel. Dat inzicht heeft me ook doen besluiten die droom niet meer na te jagen". Hij ging wat anders doen. Hij ging op kantoor werken. Merkwaardig. Toch? "Ja, ik kan niet stilzitten, ik moet in beweging zijn. En ik kan niet goed met bazen overweg. Ik kan m'n mond niet houden. Ik geef m'n mening. Keihard. Recht voor z'n raap. Ik probéérde me wel in te houden, maar het kwam er op een gegeven moment tóch uit. En dat was dan meestal de reden dat ik de uitgang kon opzoeken". Maar, weet hij ook, elk nadeel heeft z'n voordeel. En, vindt hij, in de politiek heeft hij er wel voordeel van. "Ik vond politiek machtig interessant. Daar ben ik me toen op gaan storten. En ik zit nog steeds in de politiek. Ik werk ook. Voor Regio Taxi. Ik rij bejaarden en gehandicapten. Doe ik nu een jaar of acht". 

-Wat vind je daar zo leuk aan?
"Het is weer dat gevoel van vrijheid. Autorijden geeft me een gevoel van vrijheid. En het contact met mensen". Lacht: "Je hebt met de passagiers soms meer contact dan met je echtgenote". Maar ook: "Als taxichauffeur kun je alles zeggen. En ik heb natuurlijk geen baas boven me. Het nadeel is dat je niet zo veel verdient…" 

-Tja, die kan natuurlijk niet uitblijven, die ergerlijk-suffe vraag: Wat zou jij doen als je de burgemeester van Delft was?
"Dan zou ik m'n kantoor hebben in het Stadhuis op de Markt. En ik zou elke ochtend spreekuur houden voor de mensen. En 's middags zou ik m'n ronde doen door de stad. Die burgemeester die we nu hebben, die zie je nooit nergens. Hij is geen burgervader. Delft interesseert 'm niks. Brussel ligt 'm veel nader aan het hart". 

De Wit maakte deel uit van de Socialistische Partij, hij richtte Leefbaar Delft op, hij behoorde tot FRIS en hij is inmiddels in z'n uppie weer Leefbaar Delft. Op de suggestie dat hij in wezen toch eigenlijk een echte SP'er is, reageert hij met een krachtdadig "juist niet". Want: "De SP is heel autoritair. Is een van bovenaf geleide partij, zoals in feite alle landelijke partijen zijn. Er wordt voor je gedacht. Heb je kritiek, zoals ik, op de grote goeroe Marijnissen, dan krijg je gelijk een schrijf- en spreekverbod opgelegd". In Leefbaar Delft is hij, sinds onder anderen Martin Stoelinga daar opstapte, weer 'eigen baas'. 

-Heb je enig idee hoe groot jouw aanhang eigenlijk is?
"Je probeert natuurlijk een zo groot mogelijke aanhang te hebben. Hoe groot die nu is, ik zou het niet weten. Wat ik wèl weet: we hadden vier zetels met Leefbaar Delft. Ook al stappen er drie op, die aanhang is er dus. Leefbaar Delft is de grootste lokale partij. Ik denk dat die aanhang er straks ook weer is. Ik schrijf elke dag webcolumns. Die worden goed gelezen. Je ziet dat mensen in Delft ontzettend behoefte hebben te weten hoe zaken gaan en waarom besluiten worden genomen. En dat ze behoefte hebben aan analyses van wat er is gebeurd of gebeurt. De huidige politieke partijen communiceren nauwelijks met de burgers. Ik neem duidelijke standpunten in. Standpunten die misschien hun tijd vooruit zijn. Maar heel vaak krijg ik uiteindelijk toch gelijk. Neem maar de Spoortunnel. Ik heb jarenlang gezegd dat de risico's voor Delft te groot waren. Daarvoor heb ik in de Gemeenteraad de hoon over me heen gekregen, maar dat neem ik voor lief. En nu gaat het Rijk de Spoortunnel bouwen…"

'WETHOUDERS HEB JE NIET MEER NODIG'
Hij maakt er geen geheim van zich allerminst te schamen dat hij Delftenaar is. Integendeel. "Ik voel me in wezen bevoorrecht dat ik in die historische Prinsenstad woon. Ik moet er niet aan denken in een buitenwijk te moeten wonen. Daar zou ik helemaal ontmenselijkt worden". Hij denkt ook te weten hoe 'de Delftenaar' in elkaar steekt. "Delftenaren willen alles houden zoals het is. Ze zijn, bijvoorbeeld, erg tegen hoogbouw. Maar ik ben van mening dat Delft eigenlijk een arena zou moeten zijn. Met in het midden de historische binnenstad en aan de randen hoogbouw waar the sky the limit is. In de Middeleeuwen bouwden we kerken van 103 meter hoog. Wij hebben in Delft de op één na hoogste kerk van Nederland. En nu willen ze hier niet hoger bouwen dan 72 meter. Ja, ik weet het: het is heel controversieel om zulke dingen te zeggen. Ook dat ze een echte Vermeer zouden moeten kopen, in plaats van zestig miljoen voor die tunnel weg te gooien. Zo'n Vermeercentrum met alleen maar platen, dat zal niet lukken. Het oude moeten we behouden, Delft is een historische stad, ze hadden een echte Vermeer moeten kopen. Nee, die tramlijn 19, dat vinden ze wèl leuk. Bij deze Begroting moeten we even instemmen met een overschrijding van acht miljoen euro voor die tramlijn naar de TU-wijk. Terwijl dat de verantwoordelijkheid is van Haaglanden. Maar ja, daar is het geld op. En we hadden, als Delft, al drie miljoen betaald". Dát is het probleem, weet De Wit: "B en W verdommen het op straat te lopen en in contact te treden met de burgers. Als er een informatie-avond is, laten ze ambtenaren de plannen verdedigen. Als het aan mij zou liggen, zouden ze die hele Gemeenteraad af kunnen schaffen. Laat de burgers maar op lokale mensen stemmen en niet meer op partijen. De nieuwe politiek is stemmen op mensen die zeggen wat ze de komende vier jaar gaan doen. En wie de meeste stemmen haalt, wordt burgemeester. Wethouders heb je niet meer nodig". Voor wie het nog niet helemaal duidelijk is: "Die 37 Gemeenteraadsleden, dat zijn zakkenvullers. Ze komen binnen op de bekendheid van een partij. Ze zijn hoofdzakelijk voor zichzelf bezig. Dat moet afgelopen zijn. In de politiek zitten mensen, hoe zal ik dat zeggen, die het in het bedrijfsleven niet kunnen maken. Er zouden veel meer intellectuelen, getalenteerde mensen in de politiek moeten aantreden. Mensen met verstand, mensen die vooruit willen denken en die willen dat realistische plannen goed worden uitgevoerd. Er zijn toch ook helemaal geen debatten? Ze gaan niet in op argumenten. De mensen stemmen op Wouter Bos of op Marijnissen, op Verdonk, op Fortuyn. Je ziet het nu: Bos kan z'n beloften niet waarmaken en z'n partij wordt daar keihard op afgerekend. Politieke partijen zijn ouderwets. Het gaat om personen en waar ze voor staan. Ik zou niet weten op wie ik nu moest stemmen. Iedereen is in de war". 

-Hoe vind je dat het met Delft gaat?
"Slecht. Er is stilstand. Projecten die jaren geleden zijn bedacht zijn allemaal aan het misgaan. Neem maar de autoluwe binnenstad, de Koepoortgarage, tramlijn 10, Poptahof. Er ontbreekt betrokkenheid. Ze hebben dat baantje, maar er is geen politieke verdieping. Ze staan nergens voor. Alleen voor zichzelf. Neem maar zo'n Bas Verkerk. Wat heeft hij tot nu toe nou gezegd, behalve dan dat Delftenaren dom zijn? Bij zijn aantreden noemde ik hem de Haagse haai die het goudvisje Delft komt opslokken. Verkerk weet geen richting te geven aan de toekomst. Hij heeft ook geen eigen ideeën". 

-Vind jij dat jij zo ongeveer altijd gelijk hebt?
Lacht. Denkt na. "Nee, natúúrlijk niet. Zou ook wel erg arrogant zijn. Maar in het uitwisselen van argumenten zit wel juist de kracht van een goed besluit. Nu zie je steeds meer dat de rechter eraan te pas moet komen. Dat is een teken dat de politiek gefaald heeft." 

-Kan je tegen je verlies?
"Ja. Ik ben wielrenner, in een wielerwedstrijd kan er altijd maar één winnen. Kun je niet tegen je verlies, dan moet je niet in de politiek gaan, want dan schaadt het je gezondheid. Je moet er ook lol in blijven houden en proberen lachend de boel op de hak te nemen. En daarna vrolijk een biertje drinken met iedereen. Dat moet kunnen. Maar helaas, dat lukt in Delft niet. De mensen zijn veel te bekrompen. Ze nemen alles persoonlijk op". 

-De ambtenaren, zijn die wèl je vrienden?
"Delft heeft een slecht ambtenarenkorps. We hebben er 1700, dat zijn er veel te veel. Die ambtenaren sturen nu de coalitie aan, dat zou natuurlijk andersom moeten zijn. Daarom behoort Delft tot één van de duurste gemeenten van Nederland, we staan op de zevende plaats. De bureaucratie neemt hand over hand toe". 

-Ben jij in feite niet een onverbeterlijke azijnpisser?
"Dat stempel krijg je makkelijk op je gezet, maar ik ben helemáál geen negatief persoon. Ik ben juist een positief persoon. Die wil meedenken en meebesturen, maar die kans wordt me niet gegeven. Hier wordt veel te veel in hokjes en vooroordelen gedacht". 

-Heb je het daar niet een beetje naar gemaakt?
"Misschien, maar dat vind ik niet erg. Dat is de prijs die je moet betalen als je het hart op de tong hebt en probeert eerlijk te zijn. Het is veel makkelijker mee te lopen en je mond te houden. Maar zo zit ik niet in elkaar". (PB)




Reacties

Er zijn nog geen reacties.