Huisvestingslasten nieuw Stadskantoor worden hoger dan afgesproken
De vloer van het nieuwe Stadskantoor ligt er al. Wat de bouw van de rest van het Stadskantoor gaat kosten, wordt volgens Junius pas na de afronding van de aanbesteding duidelijk.
DELFT – Het Stadskantoor wordt veel duurder dan dat is afgesproken. Dat stellen de raadsleden Jeroen van Oort en Jan Peter de Wit. Volgens wethouder Junius houdt het College zich echter keurig aan de gemaakte afspraken.
De Wit en Van Oort doen hun uitspraken op basis van een brief die de raadsleden vlak voor Kerst kregen over een lening die Delft afsluit om het Stadskantoor te bekostigen. Hierin staat onder meer dat het College een lening met een looptijd van 40 jaar afsluit met ‘een historisch lage rente’. Jeroen van Oort, naast raadslid ook afgestudeerd econoom, ging rekenen met de nieuwste cijfers. “Daar werd ik niet blij van”, begint hij. Recent nam de gemeenteraad nog een motie aan waarin een meerderheid aangaf dat de huisvestingslasten voor het nieuwe Stadskantoor niet meer dan 6,6 miljoen euro per jaar mag zijn. “Maar ik kom nu uit op 8,5 miljoen euro per jaar. Dat is dus een verschil van 28 procent per jaar, dat vind ik nogal wat.”
Het verbaast Van Oort dat niet meer raadsleden hun bedenkingen bij de brief van het College hebben. “De raad sprak onlangs nog af dat het Stadskantoor niet meer dan 6,6 miljoen euro per jaar mag kosten. Nog in dezelfde week komt dit overzicht. Letten ze dan niet goed op, of zouden ze denken: Het zal wel.”
Ook Jan Peter de Wit, de fractievoorzitter van Leefbaar Delft, verwijt z’n collega-raadsleden niet bepaald scherp te zijn. Hij vindt het bovendien ‘absurd’ dat Delft geld moet lenen voor een Stadskantoor, terwijl de plannen hiervoor in 1998 al werden gesmeed. Ook De Wit sloeg aan het rekenen met de nieuwste cijfers en kwam tot de conclusie dat het nieuwe Stadskantoor geen 100 miljoen euro, maar 135 miljoen euro gaat kosten. “En dat is nog in het meest gunstige geval”, voegt De Wit er aan toe. “Want de rente is nu geschat op 4 procent, maar niemand weet wat over vier jaar de rentestand is. Waarschijnlijk ligt die dan hoger.” De Wit vindt de gang van zaken maar vreemd. “Je besluit een Stadskantoor te bouwen en nu pas kijken we wat het kost en het blijkt vervolgens dat we er geen geld voor hebben. Het College neemt met deze lening van 75 miljoen euro, die de stad nog jaren zal achtervolgen, een groot risico.” Hij verwijt z’n collega-raadsleden dat ze hun controlerende taak niet serieus nemen. “Ze geven als een stel sukkels goedkeuring voor alle plannen. Als je zelf een huis koopt dan kijk je toch ook eerst wat het kost, en niet achteraf?”
Jeroen van Oort snapt echter wel dat een meerderheid van de raad het altijd eens is met het college. “Het Stadskantoor is gewoon iets dat een aantal mensen per se wil. Daarom is het fout afgelopen tussen mij en het CDA, want ik ging meer een eigen lijn varen.” Van Oort vindt het ergerlijk dat de stad overal op moet bezuinigen, maar dat er wel tientallen miljoenen worden uitgegeven aan een Stadskantoor. “Delft kan verwijzend naar het Kabinet-Rutte wijzen, maar dít zijn keuzes die Delft zelf maakt.”
Wethouder Milène Junius ontkent dat het Stadskantoor duurder wordt dan afgesproken. “Vorig jaar heeft het College kritisch gekeken naar de kosten voor de bouw van het Stadskantoor”, reageert de wethouder Spoorzone. “Dus naar de investeringskosten en de huisvestingskosten en de daarmee gemoeide maandelijkse lasten. Dit heeft geleid tot een bezuiniging op de kosten door een kleiner Stadskantoor te bouwen met een verdieping minder.” Hier is volgens Junius in de raad uitgebreid over gesproken. “Een ruime meerderheid van de raad kon zich vinden in deze bezuinigingsplannen van het College.”
De Gemeente moet voor de investeringskosten van het Stadskantoor een lening afsluiten en daarover veertig jaar lang rente en aflossing betalen. Die kosten zijn volgens Junius ‘gedekt in de begroting’. “Het is heel gebruikelijk om de bouw van een kantoor op deze manier te financieren. Het Stadskantoor wordt daardoor niet duurder dan is voorgesteld. Hoe hoog de uiteindelijke lening precies wordt, zal pas na de afronding van de aanbesteding duidelijk worden.”
Junius geeft toe dat de maandelijkse lasten van het Stadskantoor hoger worden dan de lasten voor de bestaande huisvesting. En dat terwijl was afgesproken dat die toekomstige maandelijkse lasten juist niet hoger mochten worden dan de huidige maandelijkse lasten. “Door de bezuiniging van het College is het verschil overigens kleiner geworden”, merkt Junius op. “Ook deze maandelijkse lasten zijn al in de begroting gedekt en door de raad goedgekeurd. Ook die maandlasten maken de kosten voor het Stadskantoor dus niet hoger dan door de raad is vastgesteld.” (JN)












